Afgelopen najaar hebben wij een bezoek gebracht aan familie en vrienden in Nederland na een jaar afwezigheid. Een jaar hadden we geen voet in ons moederland gezet en dat is voor ons beiden een persoonlijk record. Ik ben tijdens mijn studie wel eens negen maanden van huis geweest maar kwam tussentijds toch even terug, om kerst te vieren bijvoorbeeld. Voor Theo is drie, vier weken de max, hooguit een vakantieperiode dus. Corona was natuurlijk de boosdoener in dit verhaal. Op de momenten dat we tijd hadden was er óf een lockdown in Nederland, óf in Frankrijk óf werden de reisrestricties te ingewikkeld. Gelukkig waren de meeste vrienden en familieleden wel in de zomer naar Frankrijk gekomen, toen het mocht. 

Het was best een belevenis om na al die tijd weer in een KLM vliegtuig te stappen. Toen de purser bij de landing “welkom thuis” zei kreeg ik zowaar een brok in mijn keel. Raar. Ik had Nederland toch helemaal niet gemist? Maar het voelde ineens wel heel vertrouwd: het gemak van praten met vreemden die dezelfde taal spreken, de gewoonten. We waren vanaf de start enorm ondergedompeld geweest in de Franse taal en cultuur, door corona hadden we  alleen maar Franse gasten gehad. 

We waren een beetje vergeten hoe druk het is in Nederland, al die snelwegen. We vonden het raar dat niemand een mondkapje droeg. We zochten tevergeefs naar een cassière in de supermarkt. We kregen een QR code in plaats van een menukaart. Het was natuurlijk niet alleen een verandering van land maar ook van platteland naar stad. Maar wat ons nog het meest opviel is dat Nederland zo rijk is. Alles is er netjes, geregeld, aangeharkt, bijgehouden, opgeleukt en gerenoveerd. Overal is in geïnvesteerd. Elk openbaar gebouw, elke winkel en alle restaurants zijn prachtig ingericht. Kosten nog moeite gespaard. Zelfs het lulligste parkeerplaatsje is netjes geasfalteerd en heeft keurige verlichting en bordjes. Bordjes overal. 

Kom daar eens om op het Franse platteland. Niets is aangeharkt. Onbegonnen werk. Luiken hangen scheef en afgebladderd in de kozijnen. Half ingestorte stenen schuren staan her en der in het landschap. Je kunt overal je auto neerzetten. De enige parkeerbordjes die ik hier heb gezien zijn voor een winkel, bij een invalidenparkeerplaats. Daar staat trouwens een ijzersterke tekst bij: Wil je mijn parkeerplaats? Neem dan ook mijn handicap! Kijk, dat stemt nog eens tot nadenken. In Nederland is zelfs de natuur gereguleerd, afgebakend, bestemd en geordend. In Frankrijk kun je zomaar in een gat in de grond verdwijnen, geen hond die bedenkt om daar een hekje voor neer te zetten. 

Ik hou er wel van, van dat ongepolijste. Bij mij slaat de fantasie meteen op hol. Wat een mooi huis op een mooie plek, maar als ze nou die luiken eens netjes zouden schuren en lakken, die gevel voegden, het terras veegden en er eens de hogedrukspuit op zouden zetten, dan wordt het misschien echt een pareltje. Mijn handen gaan jeuken van een verwaarloosd huis, van een treurige winkelstraat of een levenloos dorpspleintje. Maak er toch eens wat van! Vervang die verroeste bankjes, maak die stoep wat breder, sloop dat lelijke gebouw middenin het dorp. Maar dat kost natuurlijk allemaal geld. En wat maakt het uit; die bank zit prima en dan loop je toch op straat? Franse boeren zijn helemaal wars van orde en netheid. Een gemiddeld Frans erf ziet er niet uit. Een pluk schuren, een modderig erf, een aftands woonhuis, een ingestorte stal, gelardeerd met allerhande afgedankte machines en landbouwmaterialen, en daar tussendoor scharrelen kippen, ganzen, honden en een stel ezels. Meestal bewaren ze alles wat niet meer werkt voor de onderdelen. De kapotte tractor doe je dus niet weg, die zet je gewoon ergens op je land. En zo heeft menig boerenbedrijf al gauw de aanblik van een vuilstort.  

Kortom: ik ben een hele erge Hollander. Ik wil het eigenlijk ook allemaal netjes hebben. In gedachten ben ik constant de boel aan het upgraden. Om ons huis wil ik de natuur bedwingen. Het gras moet gemaaid, de bomen gesnoeid, het onkruid weg, het mos verwijderd. Dat doen we allemaal wel, maar het is een hoop werk. Onze Franse buren moeten er soms hartelijk om lachen. Dat wij een bolderkar hebben gekocht om het tuinafval naar een bepaalde plek te rijden. Hoe Nederlands is dat?! Ik had hem eigenlijk voor de bagage van de gasten gekocht omdat de parkeerplaats een eindje verderop is, maar in laagseizoen is hij inderdaad ideaal als tweede kruiwagen. Dat we een kerstboom kopen! Die trek je toch gewoon ergens van je land? Ja maar die zijn zo slordig buurman, die hebben helemaal niet een mooie vorm. Ze slaan ook steil achterover als ze zien wat wij Nederlanders allemaal bezitten. Complete kampeeruitrustingen, de nieuwste ski-outfits, gadgets, allerhande keukenapparatuur! En niets is gedateerd of beschadigd, want dan gaat het de deur uit. 

Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat ook wij alles gaan bewaren en de boel de boel laten. Waarschijnlijk nooit. Want het meisje is wel uit Nederland maar Nederland gaat nooit meer uit het meisje. 

graag delen!