Een tijd geleden kregen wij Nederlandse vrienden op bezoek, die net als wij graag lange wandelingen maken. Ze verheugden zich er enorm op: “lekker lopen en af en toe een terrasje pakken”… maar dat plan moest ik helaas torpederen. Het is hier niet zoals in Nederland dat er om elke bocht een leuke uitbater zit die de hele dag tosti’s en koffie aanbiedt. 

Toen we hier drie jaar geleden voor het eerst kwamen viel het ons op dat het hier iets anders gaat. Een terras is tussen twaalf en twee bezet voor de lunch, bij voorkeur een drie gangen lunch met wijn, voor weinig geld. Kom je om half drie aanzetten, dan kun je echt niks te eten krijgen of word er bij de gratie Gods nog een salade gemaakt maar een keuze zit er dan niet meer in. Tussen twaalf en twee, en anders niet. Dat geldt niet alleen voor terrassen, dat geldt voor alles en iedereen hier, tenminste op het platteland. 

Om twaalf uur gaan vrachtwagens langs de weg staan, campers parkeren, werklui gooien de bijlen erbij neer, wandelaars zoeken een plek om te eten en winkels draaien klokslag twaalven de deur op slot. Ik kwam eens met een pakketje binnen bij het postkantoor, ik was al over drempel maar de kerkklok sloeg twaalf uur en ja hoor, ik werd zonder pardon weg gestuurd. Ik heb me daar druk over gemaakt, maar als je er rekening mee houdt en er in mee gaat, dan is het wel lekker. Uitgebreid de tijd nemen om te pauzeren en te eten, wat een luxe zo midden op de dag in de zon. En bijna iedereen eet buiten de deur! Knetterdruk op alle terrassen. Een broodje wegkauwen achter de computer is hier not done. Onze zwembadbouwers hadden zelfs eens een bbq meegesleept die tussen de middag werd aangestoken, want als er geen terras voorhanden is dan maken ze er wel op een andere manier een feestje van. 

Dan een ander euvel: de natuur is hier zo uitgestrekt en de dorpen zijn vaak zo verlaten, dat je wel heel goed moet plannen om op de juiste tijd in een stadje met een terras te arriveren. Op de meeste wandelingen die wij gemaakt hebben, kwamen we geen mens, geen hond en geen restaurant tegen. Kwamen we toch in een dorp met een paar leuke restaurantjes, hing er overal een bordje dat je cash moest betalen! Geen pinautomaat in de wijde omtrek en een portemonnee vol met pasjes, maar nee hoor! Ik denk dat daarom de Fransen uitermate bedreven zijn in de picknick. Ze zijn er aan gewend dat ze alles zelf mee moeten slepen. Eerst dachten we dat het zuinigheid was, toen steeds meer gasten vroegen of ze op ons terrein mochten picknicken. We zijn er inmiddels aan gewend, we bieden borden en bestek aan en alles wordt altijd keurig opgeruimd. Vaak grijpen wij de gelegenheid aan om zelf uit eten te gaan. 

Het heeft wel wat, buiten eten, op een plek die je zelf uitkiest met het eten dat je zelf meeneemt. Het is vooral de voorpret: wat stop ik allemaal in dat rugzakje? En de vrijheid om te pauzeren waar en wanneer je wil. Dus wij doen dat nu ook. Als we lang van huis zijn gaat er een broodje of een salade mee, flessen water en een appel. Toch vond ik het tijd voor een upgrade. Ik wilde ook een kleedje. Een rugzak waarin alles koel blijft. Borden. En welja, wijnglazen. Alhoewel ik er de rest van de dag af lig als ik bij de lunch wijn drink, vond ik het er wel bij horen. Dus voor mijn verjaardag heb ik mezelf een sac à dos pique-nique cadeau gedaan. Alles zit er in; tot een kurkentrekker aan toe en een compartiment voor een wijnfles. Tijdens de première van onze picknick rugzak werden we bijna van ons kleedje geblazen en wilden we het liefst even slapen na die fles wijn, maar à la, we zaten wel mooi op het point de vue van Calvignac met een prachtig uitzicht over de Lot. Franser konden we het niet bedenken. We waren alleen veel te laat, het was al half drie toen we ons kleedje uitspreidden, daar moeten we nog even aan werken. De tweede keer hadden we “jésuites” (een amandelbroodje met vanillecreme) ingepakt, die bij nader inzien nog afgebakken hadden moeten worden. Ze waren nog bevroren toen we vertrokken, en ontdooid toen we ze uitpakten… één kleffe kledder in m’n nieuwe rugzak! Het is zo eenvoudig nog niet, eten in de natuur, maar al doende leert men. Straks zijn we experts “pique-niqueurs”. 

graag delen!