Toen we hier half maart 2020 aankwamen, met in ons achterhoofd wat verontrustende berichten over het Chinese virus dat inmiddels Europa had bereikt, schrokken we dat na een paar dagen het hele land op slot ging, maar het kwam ook best goed uit. We wilden in april open gaan, maar we hadden ons huis nog in te richten, spullen uit te pakken en een heleboel klussen te doen rond de B&B. 

In oktober 2020 besloot de Franse regering wederom tot een strenge lockdown, maar ook die konden we wel waarderen. We hadden een super goede zomer gedraaid, we hadden nog net even een bezoek kunnen brengen aan Nederland, en we hadden weer een grote klus voor de boeg: al het houtwerk moest geschilderd. 

Maar dit derde confinement kwam aardig rauw op ons dak vallen. We waren net helemaal klaar met schilderen (wat we in de winter natuurlijk moesten staken). In de februari vakantie hadden we best veel gasten gehad en waren we lekker ingewerkt voor een goed voorjaar. Maar helaas, ook deze lente is het stil op Pech Blanc. Met alleen maar wandelingen gingen we het niet redden. We hebben ons suf gewandeld in de stille maanden, de routes opgeschroefd van acht naar achttien kilometer. Maar in een straal van de toegestane tien kilometer om ons huis hebben we alle paden inmiddels wel gezien. Eén dag ben ik kwaad geweest op de hele situatie. De dag erna heb ik me suf gepiekerd hoe we deze tijd door gaan komen. De derde dag hebben we een nieuwe klus bedacht. We gaan een terras maken. 

Met anti-worteldoek en vijf kuub grind was het niet eens zo’n omvangrijke klus, maar wel te doen voor mensen met twee linkerhanden. We hadden ook best een nieuwe keuken op maat willen maken, maar je moet wel realistisch blijven. Het was natuurlijk vooral bezigheidstherapie. Het grind was zo besteld, al hadden we een vermoeden dat een vrachtwagentje niet op de plek kon komen waar we het hebben wilden. En inderdaad, de berg grind werd gestort op tien meter afstand van de plek waar het terras moest komen. Prima, tijd zat. Veertig vierkante meter worteldoek lag al klaar, netjes om de hoogste boom van Pech Blanc gedrapeerd. Vlak bij die boom was een onbestemd bergje van stenen, aarde, planten en mos, en een restant van een vijgenboom. Daar had ik ook alles omheen gelegd, want dat stoorde verder niet. 

Maar na een dag scheppen was dat bergje ineens een doorn in het oog. Midden op je witte terras een rare groene bult waar niks moois op groeit, wat moet je er eigenlijk mee? En vijgen hebben we meer dan genoeg. Nu moet je weten dat we hier in een landschap leven waar stenen de boventoon voeren. Elk stuk grond waar iets op geplant of gebouwd is, is eerst ontdaan van stenen. Met die stenen bouwden ze vroeger muurtjes. Met de hand. Duizenden kilometers muurtjes zijn hier ooit in de Lot gebouwd met twee functies: het ontginnen van grond en het binnenhouden van schapen en geiten. Ze waren er zo bedreven in dat ze maar meteen hutjes bouwden, zogenoemde caselles, zodat de herders er konden schuilen voor regen of felle zon. Alle stenen waar ze niks mee konden werden op een hoop gegooid, een cayrou. Ik vermoed dat ons bergje, midden op het terras, een kleine cayrou was. 

Emmer voor emmer hebben we de cayrou weg gehaald. Ik met een beetje angst een slang of een ooit begraven kat tegen te komen maar ik vond slechts wat uitgedroogde slakkenhuizen. Toen de vijg. Die was tot op de grond gesnoeid, maar had natuurlijk nog wel wortels. Met een pikhouweel en een bijl hebben we toch zeker een paar uur stukgeslagen op de vijg. Aan de andere kant groeide nog een stel uitlopers van een hazelaar, die ook maar meteen vernietigd. Nog wat grind scheppen en, hoera, toen was er weer een dag om. 

Elke dag daarna begonnen we later aan ons werk, wegens helse spierpijnen. Er waren nog een paar kleine hindernissen te overwinnen: de cayrou liep min of meer over in het muurtje dat ons terras afbakent. Maar met het afscheppen van de berg stenen stortte ook het muurtje bijna in elkaar, in de vijver, drie meter lager. Het was dus zaak om het muurtje weer stevig op te bouwen. Een ander gedeelte van de muur moest ontdaan worden van klimop. Tevens moesten er nog twee boomstammetjes zo diep mogelijk uitgegraven en omgezaagd worden. En zo waren we begonnen met een schep een een kruiwagen en eindigden we tussen een hark, een pikhouweel, een bijl, een grovere hark, een kettingzaag, een snoeischaar -klein en groot, een handzaag, een plantenschop, een paar emmers en een schoffel. 

Het terras is klaar, we hebben een paar dagen vrij genomen. Er zijn versoepelingen aangekondigd voor de komende maand, reizen in Frankrijk mag dan weer, gasten kunnen weer komen. Weer een lockdown overleefd. Als jullie op ons terras zitten komende zomer, willen jullie dan even aan dit verhaaltje terugdenken, nippend aan jullie rosé? 

graag delen!