© Lot Tourisme – C. Novello

Het leuke van een voor- en naseizoen is dat we zelf tijd hebben om de toerist uit te hangen. Dat kan heel spontaan gaan. We kunnen wakker worden met de tekst “zullen we vandaag een ritje maken”, en nog geen uur later zitten we in de auto met een plan. 

 

Welke windrichting je ook op gaat hier, het is overal even mooi. Er is geen stress op de weg, want er is haast geen verkeer. Er zijn geen stoplichten. Het uitzicht is na elke bocht weer anders. Er steekt nog weleens een ree of een kudde schapen over. Het schiet allemaal niet op maar dat is de bedoeling natuurlijk ook niet. Het beste kun je gewoon gaan rijden en alles wat je onderweg tegenkomt gaan bekijken. Het enige gevaar daarvan is dat je steeds verder van huis af dwaalt omdat er “maar veertig kilometer verderop” weer een prachtig dorp te bezoeken is. Dat is ons een keer gebeurd, we eindigden bij Belcastel, het moet er prachtig zijn, maar na een hele dag stadjes kijken waren we murw en zijn we niet eens uitgestapt. Toen moesten we dat hele eind nog terug. Belcastel moeten we dus nog eens over doen. 

 

Inmiddels kunnen we aardig wat tips geven aan de gasten die wat van de omgeving willen zien. Op zondagochtend bijvoorbeeld kun je afdalen naar het zuiden en de markt van Saint-Antonin-Noble-Val bezoeken. Drukte alom daar  en het stadje aan de rivier de Aveyron is ook zeker de rit waard. Stap daarna weer in en vervolg de route langs de rivier oostwaarts en je komt in Varén. Daar zit een lekker restaurant in een oude molen: Le Moulin de Varén. Vervolgens kun je uitbuiken tijdens de rit naar Najac en daar alle calorieën er weer aflopen van het dorpscentrum naar het kasteel. Een bouwsel uit de riddertijd, zoals wel meer kastelen en dorpen hier, gebouwd op een hoge rots. Je begrijpt gewoon niet hoe ze het ooit voor elkaar gekregen hebben. In Najac ligt het dorp op de ene rots en het kasteel op een andere dus het is een work-out op zich om beide te voet te bezichtigen. 

 

De grote trekpleisters in de Lot regio zijn Rocamadour en Gouffre de Padirac. Het eerste is een dorp gebouwd op een rots, aan een ravijn, een beetje zoals Saint-Cirq-Lapopie, maar dat ligt hier vlakbij en daar moet je sowieso even heen. Rocamadour is zo steil gebouwd dat je zelfs met een lift van de ene straat naar de andere kan. Omdat het wel een eindje rijden is vanaf ons (1,5 uur) kun je natuurlijk het beste je dag daar vol maken met bijvoorbeeld een bezoek aan de Gouffre van Padirac. Het is een grot, maar wel de mooiste die ik ooit gezien heb. Er stroomt een rivier doorheen waar je met een bootje overheen vaart en alles is subtiel uitgelicht. De meeste grotten zijn bruin, deze is voornamelijk blauw, door al het water. Het is een toeristische happening van jewelste: ik las ergens dat het op nr. 3 staat in Frankrijk, na de Eiffeltoren en Le Mont Saint Michel. Maar het is, zeker op hete dagen, of als het regent, een heerlijke afwisseling, even onder de grond. Mocht je daarna nog niet terug willen naar Pech Blanc dan rijd je in tien minuten door naar Autoire, parkeer je de auto en maak je een wandelingetje naar de waterval. Het is allemaal prachtig. 

 

We hebben ons ook wel eens laten leiden door de sneeuw, die we in de verte zagen. Vanaf Saint Jean de Laur, hier 5 kilometer vandaan, kun je op heldere dagen de sneeuw zien liggen op de bergen in de Cantal. Het skigebied daar was gesloten vanwege de lockdown, dus we zijn er met de honden naartoe gereden. Twee en een half uur rijden. Het vergde enige voorbereiding want we konden nergens lunchen (alles dicht) en we wisten niet hoe hoog de sneeuw lag en of je er wel met gewone schoenen kon wandelen. Nou, we waren de enigen, de paar Fransen die er liepen hadden van die rackets onder hun schoenen. Een tikkie overdreven vonden wij dat, het ging zonder ook prima. We hadden een totale wintersport erlebnis. De sneeuw, de bergen, de beekjes, de dennenbomen, en dat allemaal relatief dicht bij huis. De honden gingen volledig uit hun plaat in die sneeuw en na een pittige wandeling naar een bergtop liepen we over verlaten pistes weer terug naar de auto. 

 

Kortom, er valt zoveel te zien en te doen hier dat we er een nieuwe pagina aan gewijd hebben op onze website genaamd “dagtrips”. Deze pagina is natuurlijk nooit af, want wij blijven lekker rond toeren. We moeten wel steeds verder rijden voor nieuwe bezienswaardigheden: in januari gaan we naar Aubrac en het skigebiedje van Brameloup. Met een overnachting of twee. Een verlengde dagtrip, want soms wil je gewoon nog niet zo snel naar huis. 

graag delen!