Lapje Grond

Lapje Grond

Als je op het Franse platteland een huis koopt zit daar meestal een lapje grond bij dat iets groter is dan de gemiddelde Hollandse tuin. Een Hollandse tuin is bovendien altijd afgebakend met een hekje of een schutting maar hier in Frankrijk loopt het gewoon over in de omringende bossen en velden. Alles wat groen is om ons heen beschouwen wij daarom als  onze tuin. Als er ergens helemaal in de verte twee hertjes staan te grazen dan zijn dat dus ook “onze” hertjes. Maar kadastraal gezien hebben we een stuk grond van drie hectare. Wat te doen met drie hectare grond? 

Het stukje dat we niet met gasten delen ligt voor ons huis. Het is een nette tuin met gemaaid gras, afgebakend met een traditioneel stenen muurtje. We hebben er, heel flauw, een bescheiden bordje ‘privé’ bij gehangen want er waren geregeld gasten die het als shortcut naar de parkeerplaats gebruikten en dat is niet handig als je net op je ligbed bent geïnstalleerd voor een powernap. Er staan pruimenbomen, een pijnboom, er is een vijver waar nu goudvissen in zwemmen maar  die vroeger als wasplaats werd gebuikt en er is een heuse waterput van wel vijf meter diep. Gisteren ontdekten we zowaar nog een put, tussen de struiken verstopt. Je moet hier dus wel oppassen waar je loopt. 

Daar achter ligt de parkeerplaats waar zeven auto’s moeten kunnen staan voor de gasten en onszelf. Daarnaast is de moestuin die tijdens de eerste lockdown enthousiast hebben aangelegd en die we in de loop van de zomer schandalig hebben laten verloederen. Geen tijd, geen zin, te heet. De tomaten blijven stug doorgroeien. Heel zielig want ik vond ze een beetje melig en ben gestopt met plukken. 

Het stuk grasland achter de parkeerplaats is de plek waar meestal de paarden van de Franse buren staan te grazen. In elk geval staat daar hun watertank en een bak waar af en toe een hooibaal in wordt gekieperd. Deze paarden hebben een fantastisch leven want dat stukje gras is slechts een fractie van hun habitat. Ze kunnen het bos in of door het dal galopperen, en als ze hinniken komt de buurvrouw er aan met een zak oud brood. We zouden er ook een notenboomgaard of iets dergelijks van kunnen maken. Of een lavendelkwekerij. Of rijk worden met saffraan. Het is er nog niet van gekomen. 

Vanaf dat grasveld tot in het dal is er een redelijk onbegaanbaar gebied waar lage naaldbomen en jeneverbesstruiken groeien. De honden vinden het er fantastisch want er sjeest altijd wel een haas doorheen. Voor dit stuk grond hadden we wilde plannen toen we hier nog niet woonden. We wilden er twee of drie van die luxe glamping tenten op zetten. Je hebt er namelijk een prachtig uitzicht, en die tenten vonden we helemaal te gek. We hebben ze in een enorme showroom allemaal bekeken. Ze zijn stevig, ruim en behoorlijk comfortabel. En toch helemaal buiten! We wilden bijna ons eigen huis verhuren en  zelf in zo’n tent gaan wonen. Tot we bedachten dat we dan ook weer elektra moeten aanleggen, en een septic tank, en dat er heel veel boompjes gekapt moeten worden, en dat we het dan stervensdruk krijgen in de zomer, en dat het dan ook serieus bevolkt wordt hier om ons huis en…willen we dat eigenlijk wel?? En die haas dan? Het plan is in de ijskast gezet. 

Voorts is er achter ons huis een stuk terras van gras. Een paar meter lager nog een fraai groen terras, onze zogenaamde zonneweide met een weids uitzicht en met alweer een waterput en een vijver. Ja, de zomers zijn droog maar aan water toch geen gebrek. Op die zonneweide hebben we het zwembad geïnstalleerd. Vanuit het zwembad kijk je uit over een helling met… niks eigenlijk. Gras en struikjes. De buurman is er laatst met zijn tractor overheen gescheurd en heeft in no-time wat hogere struiken weg gehaald (lees: omver gereden) en aan de zijkant gedumpt. Nu kan Theo daar, als de wind gunstig is, oefenen met zijn paragliding scherm, zonder dat hij de doornstruiken in gesleurd wordt. Dat noemen we dus nu de paraglide helling. Als het hier echt zou sneeuwen zouden we daar kunnen skiën. Het is toch zeker tweehonderd meter rode piste. En dan zouden we de auto bovenaan zetten met een winch en die zou je dan weer met ski’s en al omhoog kunnen takelen. Hoe tof is dat, je eigen sleeplift! En in de zomer zou je er een lange slide kunnen maken van plastic en water en zeep voor top snelheid.. afijn, het leek me wel een lokkertje voor onze jongens. Wel eerst wat grote stenen uit de weg ruimen. Van dit alles is natuurlijk nog niks terecht gekomen want we hebben onze handen al vol aan snoeien, maaien, uitdunnen,  in de fik steken, planten en bewateren. Bovendien is een plastic glijbaan natuurlijk afzichtelijk. En er is hier tien jaar geleden voor het laatst een substantieel pak sneeuw gevallen, dus het skipiste plan is ook maar afgeschoten. 

Dus wat doe je met drie hectare grond? Het voelt als een enorme rijkdom als je er zo overheen wandelt, in werkelijkheid doe je er niet zoveel mee. Maar de plannen blijven leuk en zijn een prima remedie tegen de op de loer liggende winterse verveling.  Suggesties zijn welkom.

 

 

 

 

Geen kijkcijferhit

Geen kijkcijferhit

Nu we onze plannen zo her en der bekendmaken reageren veel mensen met de opmerking “Oh, dan komen jullie zeker ook in “Ik Vertrek!” Daarop roep ik steevast dat wij waarschijnlijk niet interessant genoeg zijn, want we zijn prima voorbereid, we spreken de taal en bovendien gaan we geen bouwval kopen. Leed wil men zien in “Ik Vertrek”. Leed van niet te halen deadlines, van gasten die al op de stoep staan als de wc’s nog niet eens zijn geïnstalleerd, van lekkages, bureaucratie, echtelijke ruzie’s en bange kinderen, hoewel ik dat laatste altijd echt zielig vind. Een aflevering zonder leed is geen kijkcijferhit. En als het leed niet direct te vinden is dan wordt het wel gefingeerd in de montage en de voice-over. Maar wij gaan er dus van uit dat alles van een leien dakje gaat als wij vertrekken.

Wellicht vertoont het huis dat we kopen toch boktorren, kapotte septic tanks en verrotte fundering, of is de aanleg van een zwembad helemaal niet in een handomdraai klaar. Maar vooralsnog zie ik daar geen beren op de weg.

Wellicht dat er ergernis ontstaat doordat je in Frankrijk niet alles online kunt regelen en men zich minder goed aan afspraken schijnt te houden. Geduld heb ik niet, inefficiëntie irriteert ons mateloos, en onbetrouwbaarheid trekken we erg slecht. Maar we worden daar waarschijnlijk zo ontspannen dat niks ons meer deert.

Wellicht wordt onze table d’hôtes wel een désastre, want we kunnen allebei best eten klaarmaken, maar van gastronomie is weinig sprake en koken voor groepen, daar hebben we helemaal geen ervaring mee. Maar à la, aan een BBQ kun je weinig verpesten en is wel zo gezellig toch?

Wellicht dat we gierende ruzies krijgen omdat we niet gewend zijn elke dag op elkaars lip te zitten. En omdat Theo denkt dat dit leuk werk is, maar dat bedden en kamers verschonen niet zo super interessant is. En dat ik gestresst ben omdat mijn B&B’tje hier een leuke bijverdienste is, maar daar ineens het hoofdinkomen moet genereren. Maar ik denk dat we ons wel zullen inhouden als er camera’s draaien.

Waar ik banger voor ben is het onderhoud van drie hectare grond. Zonder tractor met maaier ben je goed de klos en onze kennis van tuinonderhoud is in feite nihil. We doen maar wat en meestal te laat. Er is bij ons eigenlijk geen sprake van onderhoud. Het is meer in paniek de boel proberen in te tomen. Ons huis hier vinden we perfect omdat we een prachtig en ver groen uitzicht hebben, maar de tuin is in verhouding niet zo groot. Toch kost het ons nu al heel veel moeite en ergernis om de boel een beetje toonbaar te krijgen. Willen we eindelijk eens een keer aan de waterkant van de zon genieten, dan valt ons oog op hele strengen onkruid die zich door de hortensia’s gekronkeld hebben. Onkruid, ik word daar doodmoe van. Tevens van bladluizen die in de heg nestelen zodra er blaadjes in komen, schimmels die zich in de buxus vreten, slakken die planten kaal knagen, pruimenbomen die geen pruimen leveren, kersenbomen waarin ik te laat, en dus slechts verpieterde, kersen ontdek en ga zo maar door. Ik dacht altijd dat planten alleen water en zon nodig hadden, maar een flinke dosis chemicaliën is ook best nuttig. En snoeien! Dat moet ook! En elke plant moet op een andere manier gesnoeid anders gaat alles mis. Anders wordt -ie onvruchtbaar, of ziek, of lelijk of zoiets. Kortom, een tuin dwingt je tot actie, actie met grote regelmaat.

Het kan dus zijn dat de redactie van “Ik Vertrek” hilarische taferelen verwacht in ons Franse oerwoud, waar Theo een stroeve maaitractor in een greppel parkeert en waar ik zonder enig systeem noch kennis van zaken een moestuin probeer aan te leggen. Maar ik denk persoonlijk dat het te weinig spektakel oplevert. Te weinig leed vooral. Luxeproblemen, dat wel, maar die zijn saai, zeker geen kijkcijferhit.

PS: Zoiets als dit wordt het denk ik, Koefnoen: https://youtu.be/Da9Qa-LnAAA