​Omdat wij onze wijnen liever uit pakken halen dan uit flessen kochten we onze eerste 5 liter bij de delicatessenwinkel in Limogne-en-Quercy. Het scheelt een hoop ritjes naar de glasbak, en met de kwantiteiten die hier geschonken worden in een druk zomerseizoen is het natuurijk een stuk voordeliger. Een ander voordeel van een 5-literpak is natuurlijk dat we zelf nooit geconfronteerd worden met een lege fles.

De eerste reacties op ons 5 liter pak waren heel goed. Het was notabene een stel Argentijnen die hier op huwelijksreis waren. Ze waren die avond de enigen die mee aten, dus we hadden bedacht dat we een romantische avond voor ze zouden verzorgen: we gingen niet bij ze aan tafel maar we dekten de tafel voor twee aan de kant van het dal met een prachtig uitzicht, kaarsjes, ons beste menu en de rode wijn uit ons pak, in een mooie karaf. Het zal ook met de entourage te maken hebben gehad, maar de pasgetrouwden bleven maar praten en wijn drinken, de karaf moest meerdere malen bijgevuld worden en vooral de jongen was razend enthousiast. Daar ging hij ook een paar flessen van halen, waar kon hij de leverancier vinden? We verwezen hem naar Château Eugénie in Albas. We waren er zelf nooit geweest, maar dat moest nu natuurlijk wel gepland worden, want we waren wel nieuwsgierig geworden.

Als er op het pak “Château Eugénie” staat dan verwacht je natuurlijk een prachtig kasteel. In het uur rijden zijn we vele Chateaux gepasseerd maar ons wijnhuis bleek niet in een kasteel gevestigd te zijn. Het was eerlijk gezegd best een teleurstelling. Van wijngaarden was ook geen sprake. Het bleek dat Eugénie allerlei kleine percelen langs de Lot bezit maar geen ervan is in het zicht van de proeverij. Het proeven vond plaats in een geurloos winkeltje en de chai was indrukwekkend maar een tamelijk sfeerloze loods. Toch hebben we goed ingeslagen want de witte wijnen bleken, net als de rode, prettig weg te tikken en de rosé was, ondanks zijn chemische kleurtje, ook fris en fruitig. Maar om nou onze gasten voor een proeverij die kant op te sturen, dat leek ons geen goed idee.

Het barst natuurlijk van de wijnhuizen rond Cahors maar “Château Lagrezette” vonden we intrigerend. Het stond overal aangegeven en de naam kenden we van een kennis in Nederland die er al erg enthousiast over was. Even kijken dus. En daar stond ons ideaalbeeld van een wijnchâteau: Tussen de wijngaarden, op een heuvel, stond een prachtig onderhouden kasteel te shinen in de middagzon, met een imposante toegangspoort en een wijnwinkel bij de entrée. Eentje waar het ruikt naar wijn, kurk en houten kistjes. We konden een plankje charcuterie bij de proeverij krijgen wat we natuurlijk gretig aannamen en de jonge medewerkers waren uitermate vriendelijk en commercieel tot op het bot. Dat wel, maar dat mag, in die omgeving, met zo’n service. De chai was een echte gewelfde kelder achter een glazen schuifdeur naast de winkel, waarvan ik de indruk had dat die verboden te betreden was, maar dat was geenszins het geval. Je mocht er naar hartelust in ronddwalen. De wijnen op zich waren mij persoonlijk wat te heftig en minder toegankelijk dan die van onze huisleverancier Eugénie, maar voor de beleving, voor gasten, is Lagrezette helemaal leuk. Er worden alleen wijnen in flessen verkocht, waarvan ik de rosé Roseberry vooral erg mooi vind met z’n Miami-vice achtige design.

Toch zijn we trouw aan Eugénie, omdat de “Treille du Roy” nog steeds niet verveelt, omdat ze een familiebedrijfje zijn en monsieur Couture persoonlijk met zijn busje de bestelling komt afleveren. Inmiddels hebben we ook drie tonnen voor een prikkie bij ze gekocht. Leeg, dat dan wel, we gebruiken ze als regentonnen. In Nederland schrokken ze van mijn post op Instagram met die tonnen achterin de pick-up en de tekst “even wat wijn halen”. Drinken ze zóveel tegenwoordig, die Prangers?? Dat valt dus mee, het was voor de plantjes.

Nu hadden we laatst een ware Ilja Gort beleving. Einde seizoen waren we door onze rode wijn heen en Theo was al in de auto gestapt om nieuwe te halen daar ten westen van Cahors. Halverwege de rit werden we echter gebeld door het wijnhuis, er zou niemand zijn, de hele familie stond op een beurs in Bretagne, ze waren gesloten. Nu konden we omkeren en een dag later proberen, maar we werden er eigenlijk wel nieuwsgierig van: laten we eens op de bonnefooi iets nieuws proberen. Slimme Theo had al meteen een locatie bedacht: de godfather van ons Chateau Eugenie, had zich eens laten ontvallen dat bovenop de heuvel “sur la crête” hun wijnstokken met de beste druiven staan. Laten we daar eens gaan rondrijden, want misschien hebben andere wijnboeren daar ook een gaardje, en dan moet die wijn toch ook lekker zijn, aldus mijn echtgenoot met olifantengeheugen.

We slingerden dus la crête op en we zagen vrijwil direct een bordje, scheef en verweerd met de naam van een Domaine. Er is hier wel meer scheef en verweerd, dus daar trokken wij ons niets van aan. We reden een stil erf op bij een huis waarvan bijna alle luiken gesloten waren. Het leek erop dat hier al jaren niet zoveel meer gebeurde en we wilden alweer instappen toen de deur open ging. Er kwam een oude baas op zijn pantoffels naar buiten geschuifeld met de vraag wat of we kwamen doen. “On vient acheter du vin, si c’est possible?” “Du vin?!” vroeg het manneke hooglijk verbaasd “Maar ik heb helemaal geen wijn meer. De wijnmaker is dood, we doen er niks meer mee met die wijngaarden. Alleen achterin de schuur heb ik nog een paar doosjes”. Kijk, díe doosjes, die wilden we wel helpen uitgraven, want wie weet wat daar voor lekkers in zat. “Pas de problème, suivez-moi.”

De man had waarschijnlijk al tijden geen bezoek meer gehad. Terwijl hij op zijn sloffen voor ons uit liep naar de schuur bleef hij maar praten. De schuur, of liever gezegd, de loods, was ooit gebouwd voor een bloeiend bedrijf met enorme hoeveelheden druiven, vaten, flessen en kistjes. Nu stond er alleen nog achterin een stapeltje dozen. Hij bood zijn verontschuldigingen aan dat hij ons niets kon laten proeven, want tja, het waren de laatste flessen en ze zaten al in de verpakking. Op de gok dan maar. Drie dozen hebben we ingeladen en afgerekend. Zeven euro per fles. Voilà, we zouden er niet failliet aan gaan. We werden nog op de hoogte gebracht van zijn gezondheidssituatie, opgezette enkels, hartproblemen, etcetera, ik denk als we nog een tijdje gebleven waren dan was alsnog de kurk van die flessen gegaan en had -ie er een stuk worst bij gehaald, maar we moesten afscheid nemen.

Eenmaal thuis konden we niet wachten om onze ontdekking te proeven. Het kon natuurlijk ook bocht zijn. Of smakeloos. Of met een schimmelige kurksmaak. Maar niets van dat alles. De wijn was een dieprode, volle, prachtige Malbec. Daar bovenop de crête gerijpt en met liefde verwerkt. We gaan natuurlijk geen namen weggeven, want die laatste paar dozen, die gaan we zelf nog even ophalen, voordat het te laat is. Misschien dat het verhaal de wijn nog lekkerder maakt, maar dat is toch waar het uiteindelijk allemaal om draait. Het verhaal, de beleving en dan de smaak.

graag delen!