Vakantie om de hoek

Vakantie om de hoek

Als je als B&B houder ooit zelf op vakantie wil moet je een vooruitziende blik hebben. Nu je overal online direct geboekt kunt worden loop je het risico dat het werk maar doorgaat en dat je er te laat achterkomt dat er van enige vrije tijd voorlopig geen sprake is. Gelukkig hadden we daar al ervaring mee. In mijn voormalige Bed & Breakfast Klein Zuylenburg, in Oud-Zuilen, hadden we alle kinderen nog thuis wonen. Het kon natuurlijk niet de bedoeling zijn dat we als gezin niet op vakantie konden omdat mama weer een reservering tussendoor kreeg, ergens middenin hun zomervakantie. 

In elk geval, sinds corona een adempauze heeft genomen en wij het eerste corona-loze voorjaar hebben merken we pas hoe druk het al kan zijn in de maanden mei en juni. Mooi weer speelt hierin ook een grote rol: het zwembad kon begin mei al open en hoefde nauwelijks verwarmd te worden, dat ging vanzelf. Dus toen wij een paar lege dagen in het schema zagen eind mei, en de bezetting in juni er prima uitzag hebben we direct maatregelen genomen: op slot die tent, we gaan even weg voordat de echte drukte aanbreekt. 

Hoe heerlijk is het dan dat je op nog geen uur rijden in een onbekend gebied komt met prachtig weer, om de vijf minuten uitzicht op een kasteel en nul toeristen! We konden het dak van de oude golf opengooien en we hebben de dorpen Penne en Bruniquel bezocht. We hebben zelfs veel kleding gekocht in een winkeltje met alleen maar leuke kleding voor echt niet veel geld. We hebben overheerlijk gegeten in Le Moulin de Varen, op de oever van de Aveyron, en we sliepen bij een collega B&B. Dat is natuurlijk altijd leuk, om te kijken hoe anderen het doen. 

We checkten in rond 16.00 voor nog een uurtje of wat aan het zwembad. We waren de enigen die één van de drie kamers geboekt hadden. Het viel mij direct op dat de eigenaresse zich niet aan ons voorstelde en ook niets aan ons vroeg. We werden meteen naar de kamer geleid. Die was spic en span, met een grote moderne badkamer, een apart toilet en een achteruitgang naar het zwembad. Niks op aan te merken, behalve dat het niet echt gezellig was, een beetje klinisch. 

Liggend bij het zwembad vroeg ik me af waarom er een enorme heg omheen was geplant terwijl het uitzicht daar achter heel mooi was. Er was volgens mij ook geen sprake van inkijk, ik kon nergens een ander huis bespeuren. Zonde wel. En ik vond het ook zonde dat er allemaal onderhoudsspullen in het zicht lagen en dat niet alle bedjes uitgestald stonden maar op elkaar gestapeld. Een ander puntje was dat er geen bereik was, ook niet in de kamer, maar dat nergens een wifi code vermeld werd. Toen ik er de dag erna naar vroeg zei ze dat ze wel wifi hadden, maar de code kreeg ik alsnog niet!! Ja, je wordt een zeikerd als je met een kritische blik gaat rondkijken hoor, ik had inmiddels al een aardig lijstje opmerkingen. Temeer omdat ze stukken duurder waren dan wij. Maar goed, misschien hadden ze wel een buitengewoon riant ontbijt. 

Toen we weer thuiskwamen van ons diner was de heer des huizes er ook. Die kwam wél dolenthousiast een hand geven en begon direct honderduit te vragen. Waarschijnlijk was hij dan het sociale dier van het stel. Het bleek dat ze ongeveer tegelijk met ons begonnen waren en dat hij nog bezig was met de verbouwing van de derde kamer. Die liet hij vol trots zien: een grote kamer met een enorme glaswand , een mooi uitzicht op groene heuvels en een gloednieuwe jacuzzi prominent voor het raam. Ik heb helemaal niks met jacuzzis en vroeg me eigenlijk ook af of het niet een vochtige bende zou worden in die kamer, maar de eigenaar was zelf super trots en het was inderdaad allemaal heel netjes afgewerkt. Wij waren natuurlijk gewoon jaloers, zo’n klus zouden wij nooit voor elkaar krijgen. Hij werkte in de bouw, dat scheelde. Sterker nog, hij had nog steeds gewoon een baan, dit deed ie er even naast. 

Hij was er dus niet de volgende ochtend, maar zij was nu een stuk spraakzamer dan de vorige middag. Het ontbijt was lekker, maar: geen kaas, geen ei, en de yoghurt was een Danoontje op verzoek. We hebben besloten dat de prijs bij ons dus wel omhoog kan, maar we hebben het nog niet gedaan. Qua sanitair en degelijkheid van de kamers hadden ze het daar wel beter voor elkaar. Maar qua algehele indruk vind ik het bij ons gezelliger, én ruimer, én rustiger. Misschien toch eerst wat meer vergelijkingsmateriaal verzamelen. En bij de beoordeling die ik een dag later mocht geven heb ik natuurlijk alleen maar tienen gegeven. Want uiteindelijk maakt zo’n plakje kaas natuurlijk geen donder uit, het gaat erom hoe het was met deze mensen, dat we leuke gesprekken hadden en dat we ons welkom voelden. Chambres d’hôtes laten zich slecht vergelijken. 

De tweede dag hebben we een prachtige kanotocht door de Gorges de l’Aveyron gemaakt. Zo in mei, met dertig graden, bijna alleen op de rivier en toch kunnen pauzeren bij een superleuke lunch hang-out op een strandje tussen de rotswanden, was dit echt een cadeau. Vakantie om de hoek, één nachtje weg geweest en toch opgeladen voor het hoogseizoen! 

 

Lunch: Chez Pigassou – Bruniquel

Boutique: Christine et les Filles – Bruniquel

Chambres d’Hôtes: A La Clé des Champs – Varen

Diner: Le Moulin de Varen – Varen

Kanoverhuur: Les pieds dans l’eau – Saint Antonin Noble Val

Lunch strandje in de Gorges de l’Aveyron: Les Robinsons la Plage

Zie Instagram PechBlanc voor een reel van de kanotocht (mei 2022)

La Planche du Dimanche

La Planche du Dimanche

Doordat op lege dagen de verveling toe begon te slaan, en verveling enorm goed is voor de creativiteit, is er een nieuw plannetje geboren: La Planche du Dimanche. De zondagse plank.

We hebben nu drie zomerseizoenen gewerkt. In 2019 hadden we drie avonden diner voor de gasten die gereserveerd hadden. In 2020 deden we daar nog een avond bij, de zondag, want we merkten dat op zondagavond veel restaurants gesloten waren. Zondag zijn de restaurants hier meestal wel open voor lunch, een uitgebreide zondagse lunch is heel normaal, maar daarna gaan ze vaak dicht. Moesten onze gasten een heel eind rijden om nog iets te vinden dat open was. Niet goed voor het humeur. Dus wij namen de zondagavond voor onze rekening. 

Maar het ontbijt is tot een uur of 10.00, uitchecken kan tot 11.00 en de winkels gaan op zondag om 12.00 dicht. De markt in Limogne-en-Quercy (ons dorp) wordt ook rond die tijd opgedoekt, dus we moesten ons haasten om alles nog bij elkaar te scharrelen voor een driegangen diner. Daarbij: op die markt is veel lekkers te halen, allemaal uit de streek, en als Fransen ergens dol op zijn, dan is het wel op regionale producten. En volgens mij is iedereen dol op een ongecompliceerde borrelplank, niet dan? 

Het idee is dus dat onze gasten op zondag eventueel ergens uitgebreid gaan lunchen en zich ’s avonds bij ons kunnen melden voor de borrelplank met regionale producten van de markt. Kaas, worst, druiven, fritons de canard, meloen, noten, lekker brood, een paar vijgen en dat soort feestelijks. 

Met die plank en eventueel een karafje wijn kunnen ze zelf een plek uitzoeken. In de hangar aan de eettafel is het makkelijkst, maar daar wordt altijd al gegeten. Achter aan de picknicktafel of aan de lage tafel met zitkussens, onder de kleine overkapping, bij het zwembad of op de kamer, het maakt ons niet uit. 

We legden het eerst even voor aan onze Franse buren. Want dat Nederlanders zo’n plank waarderen weten we wel, maar de Fransen? Zijn ze dan niet in de veronderstelling dat er daarna nog een heel diner komt? En wat mag er niet ontbreken op de plank? Volgens buurvrouw Nathalie heet zoiets hier een ‘apéro dinatoire’, vrij vertaald een ‘aangeklede borrel’. En die ziet er inderdaad uit zoals wij wel gewend zijn. Hun leuke veertienjarige zoon Osmin kwam vervolgens met de geniale titel “la Planche du Dimanche”, en die houden we er in. Het plan kon uitgevoerd worden. Maar niet zonder proeverij. Want we kennen de zondagse markt inmiddels, maar waar haal je de allerlekkerste kaasjes en hoe koop je het best in? Dat moeten we nu toch serieuzer gaan aanpakken. 

Afgelopen zondag kochten we een zachte Tomme Cendré, een Cabécou en een stukje Saler. Een droge worst van canard, en olijven met zoete paprika (niet geheel uit de streek, zelfs niet uit dit land, maar wel lekker). Dit was niet de ideale combinatie. Alle kazen waren zacht van smaak en weinig uitgesproken. We zoeken dus nog iets pittigs en een heel smaakvol kaasje. De Rocamadour moet er zeker bij, het beroemde geitenkaasje dat je hier overal tegenkomt. Misschien een Roquefort, die komt uit de Aveyron en dat is naast de Lot. Een Saint Nectaire uit de Cantal gaan we komende week proeven. De worst viel tegen, die hebben we weleens beter gehad, dus die vrouw met die grote mand met drie worsten voor een tientje slaan we de volgende keer over. 

Het komt erop neer dat we waarschijnlijk elke zondag moeten aansluiten in de rij voor de meest populaire kaas kar. En dat we voor de worst misschien wel naar Villefranche moeten, want daar zit een fijn zaakje. De meloenen van de Quercy zijn sowieso heerlijk zoet, de vijgen vallen eind van de zomer gewoon uit de boom in de tuin, de druiven hangen tegen die tijd in trossen aan de gevel en noten groeien hier overal aan de bomen langs de Lot. Lokaler kun je het niet hebben. Lotgenoten: kaas en worst tips zijn welkom. We hebben nog een aantal weken om te proeven. Geen straf natuurlijk. Maar tegen de tijd dat we buiten kunnen eten moeten wij serieuze kaaskenners zijn en zal de Planche du Dimanche zijn definitieve vorm krijgen. 

Kaas proeven, worst testen, wijn degusteren, we hebben het er maar druk mee. Gelukkig zijn we ook nog steeds wandelingen aan het ontdekken en uitzetten anders zouden we dichtslibben. Maar let op; de Planche du Dimanche wordt een dikke hit!

 

De Bucketlist

De Bucketlist

Toen we nog in Nederland woonden had ik een bucketlist. Niet zozeer van de dingen die ik wilde doen als wel van de bestemmingen waar ik nog heen wilde. Dat varieerde van de Niagara Falls in Canada, via Vlieland naar de piramiden in Egypte. Regelmatig kon ik ook dingen afstrepen. We gingen met de kinderen op vakantie naar Bali en Zuid-Afrika, ruilden van huis met een gezin in Vancouver, ik ging met mijn vader op cruise rond Kaap Hoorn in Zuid-Amerika en met vriendinnen naar Wyoming, het Wilde Westen. Niets te klagen had ik. 

 

Sinds we in Frankrijk wonen heb ik nauwelijks reis wensen. Dat komt niet alleen door Corona. Het komt vooral doordat ik het thuis zo leuk vind. Ik moet er niet aan denken dat ik hier drie weken weg moet met een vliegtuig naar de andere kant van de wereld in een heel andere cultuur. Maar de bucketlist is wel weer keihard aan het groeien. De Niagara Falls zijn er af gevallen. Sinds ik foto’s heb gezien van de watervallen vanuit een andere hoek met allemaal hoogbouw hotels aan de rand van het natuurschoon hoef ik niet meer zo nodig. Idem met de piramides in Egypte, die liggen helemaal niet middenin de woestijn, zoals ik altijd dacht, maar pal naast Caïro. Waar de lijst nu op gebaseerd is zijn de mooie bestemmingen die we vanaf huis per auto in een paar uur kunnen bereiken. En dat is nogal wat, want eigenlijk ken ik Frankrijk helemaal niet zo goed. 

 

In mijn vroege jeugd scheurden we altijd over de Autoroute du Soleil zo snel mogelijk richting Spanje. Later wilde ik nog wel eens met vriend en tentje door Frankrijk trekken. Maar dit land is zo groot en er zijn zoveel verschillende landschappen, en laten die nu allemaal behoorlijk binnen handbereik liggen. In noordelijke richting ligt het centraal massief met een landschap van gedoofde vulkanen. Daar zijn skimogelijkheden zonder al teveel drukte in de winter. In het zuiden, op drie uurtjes rijden, liggen de Pyreneeën, de stad Toulouse en Carcassonne. In westelijke richting staat de stad Bordeaux op mijn lijstje, wat de Fransen “klein Parijs” schijnen te noemen. Het zuid-oosten lonkt met Montpellier, de Côte d’Azur en de lavendelvelden van de Provence. En iets dichterbij het natuurpark de Cevennen. De grens naar Spanje over bij Biarritz voor een bezoek aan San Sebastian, het is te doen in 5 uur. Of de andere kant op naar Barcelona, Gerona en de Costa Brava. 

 

En dan heb ik het alleen nog over bekende bestemmingen. De kleine pareltjes vind ik vooral op Instagram en van tips van onze gasten. Salle-la-Source bijvoorbeeld, op 1,5 uur rijden, een dorp in de Aveyron, waar middenin een enorme waterval naar beneden komt denderen. We waren er de laatste dag van het jaar, toen het net een paar dagen keihard geregend had, maar de zon weer tevoorschijn was gekomen en ons trakteerde op 19 graden. De ideale dag voor een bezoek aan een waterval. Collonge-la-Rouge is ook zo’n pareltje, in het noorden van de Lot. Alle huizen zijn er opgetrokken uit rode bakstenen, heel anders dan in de rest van de regio. In de buurt van Perpignan zagen we een bijzonder landschap waar erosie zijn werk deed. Rotsformaties die als orgelpijpen uit de grond staken: Les orgues d’Ille-sur-Têt. Daar in de omgeving was ook een mooie wandeling naar een klooster door een kloof: de Gorges de Galamus. Als ik wandelingen door een kloof wil maken moet ik volgens Google nog naar de Gorges du Verdon, de Gorge du Tarn, en verschillende spectaculaire mogelijkheden in de Pyreneeën. Hup, op de lijst. En van daaruit naar AirBnB. Een appartementje in het centrum van Bordeaux, een gîte aan de kust bij Saint Tropez of een ‘mazet’ in de Provence. Uren voorpret heb ik er al aan gehad. En aangezien we hier in voor- en naseizoen volkomen vrij zijn om te gaan en staan waar we willen voelt dit nog luxer dan welke verre reis dan ook. 

 

Ritje maken

Ritje maken

© Lot Tourisme – C. Novello

Het leuke van een voor- en naseizoen is dat we zelf tijd hebben om de toerist uit te hangen. Dat kan heel spontaan gaan. We kunnen wakker worden met de tekst “zullen we vandaag een ritje maken”, en nog geen uur later zitten we in de auto met een plan. 

 

Welke windrichting je ook op gaat hier, het is overal even mooi. Er is geen stress op de weg, want er is haast geen verkeer. Er zijn geen stoplichten. Het uitzicht is na elke bocht weer anders. Er steekt nog weleens een ree of een kudde schapen over. Het schiet allemaal niet op maar dat is de bedoeling natuurlijk ook niet. Het beste kun je gewoon gaan rijden en alles wat je onderweg tegenkomt gaan bekijken. Het enige gevaar daarvan is dat je steeds verder van huis af dwaalt omdat er “maar veertig kilometer verderop” weer een prachtig dorp te bezoeken is. Dat is ons een keer gebeurd, we eindigden bij Belcastel, het moet er prachtig zijn, maar na een hele dag stadjes kijken waren we murw en zijn we niet eens uitgestapt. Toen moesten we dat hele eind nog terug. Belcastel moeten we dus nog eens over doen. 

 

Inmiddels kunnen we aardig wat tips geven aan de gasten die wat van de omgeving willen zien. Op zondagochtend bijvoorbeeld kun je afdalen naar het zuiden en de markt van Saint-Antonin-Noble-Val bezoeken. Drukte alom daar  en het stadje aan de rivier de Aveyron is ook zeker de rit waard. Stap daarna weer in en vervolg de route langs de rivier oostwaarts en je komt in Varén. Daar zit een lekker restaurant in een oude molen: Le Moulin de Varén. Vervolgens kun je uitbuiken tijdens de rit naar Najac en daar alle calorieën er weer aflopen van het dorpscentrum naar het kasteel. Een bouwsel uit de riddertijd, zoals wel meer kastelen en dorpen hier, gebouwd op een hoge rots. Je begrijpt gewoon niet hoe ze het ooit voor elkaar gekregen hebben. In Najac ligt het dorp op de ene rots en het kasteel op een andere dus het is een work-out op zich om beide te voet te bezichtigen. 

 

De grote trekpleisters in de Lot regio zijn Rocamadour en Gouffre de Padirac. Het eerste is een dorp gebouwd op een rots, aan een ravijn, een beetje zoals Saint-Cirq-Lapopie, maar dat ligt hier vlakbij en daar moet je sowieso even heen. Rocamadour is zo steil gebouwd dat je zelfs met een lift van de ene straat naar de andere kan. Omdat het wel een eindje rijden is vanaf ons (1,5 uur) kun je natuurlijk het beste je dag daar vol maken met bijvoorbeeld een bezoek aan de Gouffre van Padirac. Het is een grot, maar wel de mooiste die ik ooit gezien heb. Er stroomt een rivier doorheen waar je met een bootje overheen vaart en alles is subtiel uitgelicht. De meeste grotten zijn bruin, deze is voornamelijk blauw, door al het water. Het is een toeristische happening van jewelste: ik las ergens dat het op nr. 3 staat in Frankrijk, na de Eiffeltoren en Le Mont Saint Michel. Maar het is, zeker op hete dagen, of als het regent, een heerlijke afwisseling, even onder de grond. Mocht je daarna nog niet terug willen naar Pech Blanc dan rijd je in tien minuten door naar Autoire, parkeer je de auto en maak je een wandelingetje naar de waterval. Het is allemaal prachtig. 

 

We hebben ons ook wel eens laten leiden door de sneeuw, die we in de verte zagen. Vanaf Saint Jean de Laur, hier 5 kilometer vandaan, kun je op heldere dagen de sneeuw zien liggen op de bergen in de Cantal. Het skigebied daar was gesloten vanwege de lockdown, dus we zijn er met de honden naartoe gereden. Twee en een half uur rijden. Het vergde enige voorbereiding want we konden nergens lunchen (alles dicht) en we wisten niet hoe hoog de sneeuw lag en of je er wel met gewone schoenen kon wandelen. Nou, we waren de enigen, de paar Fransen die er liepen hadden van die rackets onder hun schoenen. Een tikkie overdreven vonden wij dat, het ging zonder ook prima. We hadden een totale wintersport erlebnis. De sneeuw, de bergen, de beekjes, de dennenbomen, en dat allemaal relatief dicht bij huis. De honden gingen volledig uit hun plaat in die sneeuw en na een pittige wandeling naar een bergtop liepen we over verlaten pistes weer terug naar de auto. 

 

Kortom, er valt zoveel te zien en te doen hier dat we er een nieuwe pagina aan gewijd hebben op onze website genaamd “dagtrips”. Deze pagina is natuurlijk nooit af, want wij blijven lekker rond toeren. We moeten wel steeds verder rijden voor nieuwe bezienswaardigheden: in januari gaan we naar Aubrac en het skigebiedje van Brameloup. Met een overnachting of twee. Een verlengde dagtrip, want soms wil je gewoon nog niet zo snel naar huis. 

Lockdown nummer drie

Lockdown nummer drie

Toen we hier half maart 2020 aankwamen, met in ons achterhoofd wat verontrustende berichten over het Chinese virus dat inmiddels Europa had bereikt, schrokken we dat na een paar dagen het hele land op slot ging, maar het kwam ook best goed uit. We wilden in april open gaan, maar we hadden ons huis nog in te richten, spullen uit te pakken en een heleboel klussen te doen rond de B&B. 

In oktober 2020 besloot de Franse regering wederom tot een strenge lockdown, maar ook die konden we wel waarderen. We hadden een super goede zomer gedraaid, we hadden nog net even een bezoek kunnen brengen aan Nederland, en we hadden weer een grote klus voor de boeg: al het houtwerk moest geschilderd. 

Maar dit derde confinement kwam aardig rauw op ons dak vallen. We waren net helemaal klaar met schilderen (wat we in de winter natuurlijk moesten staken). In de februari vakantie hadden we best veel gasten gehad en waren we lekker ingewerkt voor een goed voorjaar. Maar helaas, ook deze lente is het stil op Pech Blanc. Met alleen maar wandelingen gingen we het niet redden. We hebben ons suf gewandeld in de stille maanden, de routes opgeschroefd van acht naar achttien kilometer. Maar in een straal van de toegestane tien kilometer om ons huis hebben we alle paden inmiddels wel gezien. Eén dag ben ik kwaad geweest op de hele situatie. De dag erna heb ik me suf gepiekerd hoe we deze tijd door gaan komen. De derde dag hebben we een nieuwe klus bedacht. We gaan een terras maken. 

Met anti-worteldoek en vijf kuub grind was het niet eens zo’n omvangrijke klus, maar wel te doen voor mensen met twee linkerhanden. We hadden ook best een nieuwe keuken op maat willen maken, maar je moet wel realistisch blijven. Het was natuurlijk vooral bezigheidstherapie. Het grind was zo besteld, al hadden we een vermoeden dat een vrachtwagentje niet op de plek kon komen waar we het hebben wilden. En inderdaad, de berg grind werd gestort op tien meter afstand van de plek waar het terras moest komen. Prima, tijd zat. Veertig vierkante meter worteldoek lag al klaar, netjes om de hoogste boom van Pech Blanc gedrapeerd. Vlak bij die boom was een onbestemd bergje van stenen, aarde, planten en mos, en een restant van een vijgenboom. Daar had ik ook alles omheen gelegd, want dat stoorde verder niet. 

Maar na een dag scheppen was dat bergje ineens een doorn in het oog. Midden op je witte terras een rare groene bult waar niks moois op groeit, wat moet je er eigenlijk mee? En vijgen hebben we meer dan genoeg. Nu moet je weten dat we hier in een landschap leven waar stenen de boventoon voeren. Elk stuk grond waar iets op geplant of gebouwd is, is eerst ontdaan van stenen. Met die stenen bouwden ze vroeger muurtjes. Met de hand. Duizenden kilometers muurtjes zijn hier ooit in de Lot gebouwd met twee functies: het ontginnen van grond en het binnenhouden van schapen en geiten. Ze waren er zo bedreven in dat ze maar meteen hutjes bouwden, zogenoemde caselles, zodat de herders er konden schuilen voor regen of felle zon. Alle stenen waar ze niks mee konden werden op een hoop gegooid, een cayrou. Ik vermoed dat ons bergje, midden op het terras, een kleine cayrou was. 

Emmer voor emmer hebben we de cayrou weg gehaald. Ik met een beetje angst een slang of een ooit begraven kat tegen te komen maar ik vond slechts wat uitgedroogde slakkenhuizen. Toen de vijg. Die was tot op de grond gesnoeid, maar had natuurlijk nog wel wortels. Met een pikhouweel en een bijl hebben we toch zeker een paar uur stukgeslagen op de vijg. Aan de andere kant groeide nog een stel uitlopers van een hazelaar, die ook maar meteen vernietigd. Nog wat grind scheppen en, hoera, toen was er weer een dag om. 

Elke dag daarna begonnen we later aan ons werk, wegens helse spierpijnen. Er waren nog een paar kleine hindernissen te overwinnen: de cayrou liep min of meer over in het muurtje dat ons terras afbakent. Maar met het afscheppen van de berg stenen stortte ook het muurtje bijna in elkaar, in de vijver, drie meter lager. Het was dus zaak om het muurtje weer stevig op te bouwen. Een ander gedeelte van de muur moest ontdaan worden van klimop. Tevens moesten er nog twee boomstammetjes zo diep mogelijk uitgegraven en omgezaagd worden. En zo waren we begonnen met een schep een een kruiwagen en eindigden we tussen een hark, een pikhouweel, een bijl, een grovere hark, een kettingzaag, een snoeischaar -klein en groot, een handzaag, een plantenschop, een paar emmers en een schoffel. 

Het terras is klaar, we hebben een paar dagen vrij genomen. Er zijn versoepelingen aangekondigd voor de komende maand, reizen in Frankrijk mag dan weer, gasten kunnen weer komen. Weer een lockdown overleefd. Als jullie op ons terras zitten komende zomer, willen jullie dan even aan dit verhaaltje terugdenken, nippend aan jullie rosé? 

Eindelijk een pick-up!

Eindelijk een pick-up!

Een aantal jaren geleden was ik op paardrij-vakantie in Amerika, de gaafste en duurste trip die ik ooit gemaakt heb. Het omhelsde een week lang op western paarden door een fantastisch uitgestrekt landschap scheuren, super lekker eten ’s avonds en verder eigenlijk niks. Op de ranch, waar ik met twee vriendinnen vertoefde, stonden uiteraard paardentrailers waar wel zes paarden overdwars in konden, en die werden voortgetrokken door enorme pick-up trucks. 

Er was een moment dat zo’n wagen met trailer en al terug gereden moest worden naar de ranch. Eén van mijn vriendinnen sprong direct van haar paard. Ik twijfelde want ik had nog nooit met zo’n Amerikaanse stuurpook te maken gehad. Ze verdwéén zowat op de bestuurdersplek van die grote pick-up en ze ronkte zo weg met dat hele gevaarte achter zich aan. Onmetelijk stoer vond ik dat en ik dacht; als ik toch ooit meer in de natuur ga wonen dan wil ik ook zo’n bak. 

Vijf jaar later was het al zo ver. Niemand wist nog dat wij in Frankrijk iets op het oog hadden, maar Theo moest zijn lease-auto inruilen. Dit was de kans: het moest een goede lange-afstandsauto worden, liefst eentje waar je wat hoger op de weg zat, die veel spullen kon vervoeren en die bestand was tegen ruiger terrein. De keuze viel op een Toyota Hilux. Nog een bescheiden formaat vergeleken met die Amerikaanse Dodges en minder imposant dan de Canadese Chevrolet Silverado waar we ooit in rondgereden hebben, maar toch, een behoorlijk degelijke pick-up. 

Geen porem was het, die grote witte bak in ons kleine dorpje in de Randstad. De buurman vroeg wat we in godsnaam van plan waren in dat ding. Wijzelf hadden niet zo snel de associatie met IS, maar als je er op ging letten kwam inderdaad de Hilux veelvuldig in het nieuws voorbij met in de laadbak veel teveel opgewonden bebaarde islam fanaten, zwaaiend met hun zwarte vlaggen en geweren. VN diplomaten werden er ook in rondgereden. Het Rode Kruis in verre oorden. Vrienden van ons hadden er één gehuurd voor een safari in Namibië. Maar wij gebruikten hem vooralsnog voor woon-werkverkeer tussen Oud-Zuilen en Utrecht. 

Hij kwam pas echt tot zijn recht toen we in een jaar tijd wel vier verhuizingen voor onze kiezen kregen en we onze halve inboedel naar de vuilstort en de kringloop brachten. De jongens gingen op kamers, de spullen moesten verdeeld, het ene moest naar Frankrijk, het andere in een opslag en alles kon zo in de laadbak worden gekieperd. Tien pallets heb ik er in opgestapeld, want de jongste wilde een pallet-bed in Maastricht. De buurman zag ineens ook voordelen en wilde hem graag lenen voor zijn ritje naar de vuilstort. In datzelfde jaar zijn we wel vier keer naar Zuid-West Frankrijk heen en weer gereden met een grote aanhanger er achter. 

En nu staan we nog steeds vierkant achter onze keuze. Wekelijks kieperen we de vuilniszakken in de laadbak die een kilometer van ons huis in een container gedumpt moeten worden. Tonnen met lege flessen voor de glasbak. Grof vuil. Natte honden. Partijen haardhout. Je wil het toch allemaal niet op je achterbank. We hebben ermee bomen omver getrokken, stenen uit het dal vervoerd, vastgelopen tractors uit de modder gesleurd en over bospaden gestuiterd op zoek naar onze ontsnapte honden. Kijk, dat doe je niet met een nette Volvo. En hoe goorder hij is hoe mooier ik hem vind. 

Minpuntje is wel dat alle Franse jagers ook met deze auto rondrijden. Met een stalen kooiconstructie achterop voor de jachthonden. Toch weer die associatie met wapens. Maar we rijden er in elk geval niet meer mee voor lul. Deze auto past bij ons nieuwe leven. Eindelijk een pick-up.