Verknocht
Ruim een jaar geleden zaten we op Pech Blanc nog te dubben of we niet wat anders moesten gaan doen. Of hetzelfde op een andere plek. Vrienden die hier in de buurt een huis wilden kopen hebben accuut hun plannen in de ijskast gezet, want waarom daar een vakantiehuis kopen als Theo en Liesbet elk moment kunnen vertrekken? We waren niet heel betrouwbaar, onrustig en zoekende. Niet dat we terug wilden naar Nederland, daar is nooit sprake van geweest. Maar we hadden Pech Blanc natuurlijk al gevonden voordat we goed en wel aan het zoeken waren en dan knaagt toch de vraag: is er niet veel meer moois te koop waar we weer iets leuks van kunnen maken?
Inmiddels zitten we er heel anders in: van onrust is helemaal geen sprake meer. Die periode heeft ons goed gedaan want wat we ook voorbij zagen trekken op internet aan te koop staande huizen en B&B’s: niets kwam in de buurt van wat we al hadden. We waarderen weer onze ruimte, dit gebied, de stilte rondom en het dorp vlakbij. Het had er ook een beetje mee te maken dat er van alles aan het veranderen was in dat dorp. De bakker zat in de gevangenis wegens drugshandel (geen grap) en de vervangers wilden ons alleen nog brood leveren voor vier euro per dag, toch bijna 700 euro méér in een seizoen. De pharmacie (apotheek) ging verhuizen van het leuke pleintje middenin naar een nieuwbouw gedrocht langs de weg. De kaaskraam op de markt, waar we altijd zo moesten lachen om de man en vrouw die elkaar in de maling namen tijdens het werk, bleek helemaal niet van hun te zijn. Sterker nog, ze waren helemaal niet getrouwd! Ze waren gewoon allebei in dienst van een groter bedrijf en zij ging met pensioen. En de grootste teleurstelling: ons lievelingsrestaurant, waar we blind al onze gasten naartoe konden sturen, stopte ermee. Het stond te koop.
Dat er zelfs in een jaartje tijd in zo’n klein dorp zoveel kan veranderen heeft ons verbaasd. Je denkt toch dat het leven op het franse platteland een beetje stilstaat. Maar raad eens wat er sindsdien allemaal gebeurd is: de bakker is weer uit de gevangenis en heeft beterschap beloofd. Zijn zus werkt in een ander restaurant waar we graag komen en die vertelden we over de levering van vier euro per dag. Dat we dat toch wel een dure grap vonden. Bleek dat zij inmiddels de financiën onder haar hoede had en dat ze het ging regelen. Ze belde me een paar dagen later keurig op: ze zouden voortaan de croissants en de baguettes brengen voor één euro per keer. Of we dat oké vonden? Maar natuurlijk, wij begrepen ook wel dat zo’n eind rijden geld kost, het had ons altijd verbaasd dat ze er niets extra’s voor rekenden, al wisten we dat ze hier praktisch langs kwamen onderweg naar andere trouwe afnemers. Wij blij en als dank zijn we deze zomer vaak bij haar gaan eten en heeft Theo haar gitaar gerepareerd die altijd kansloos in een hoekje van het restaurant stond.
De pharmacie is verhuisd en heeft een leegte achtergelaten op het centrale pleintje. Het leegstaande pand met de ontmantelde gevel is als een puist middenin het gezicht, maar de kans is groot, hoorden we, dat de Tabac-presse erin gaat. Die zit nu in een achteraf straatje, maar zo’n winkel met allerhande krantenrekken buiten is natuurlijk wel heel gezellig. Ik ben vóór. Komt nog bij dat ik er pas sinds kort achter ben gekomen dat de eigenaar tevens bij de vrijwillige brandweer zit en elk jaar langs komt om de kalender te verkopen, oftewel om te collecteren. We vroegen ons al af hoe hij wist dat wij van Pech Blanc waren, maar dat komt dus omdat hij hier elk jaar op het erf staat.
Een ander pand, midden op datzelfde pleintje, staat al drie jaar leeg. Er zat voorheen een pizzeria, een oudere man die alles zelf deed en best heel lekkere pizza’s maakte. Het was allemaal knullig, binnen was het een bij elkaar geraapt zooitje, maar hij had op een gegeven moment een heel stuk houten terras aangebouwd. Pizza Bob noemden we hem, en nog steeds, want ook hij is ermee gestopt maar we zien hem nog regelmatig door het dorp lopen. Er hing al die tijd een bord met een verbouwingsvergunning in de etalage en dit jaar is daar dan eindelijk mee begonnen, en hoe: het hele pand is gestript en van nieuwe kozijnen en luiken voorzien. Het stucwerk is eraf gehaald en de mooie stenen zijn netjes gevoegd. Het verhaal gaat dat er een nieuw, vegetarisch restaurantje komt. We juichen het toe!
De kaaskraam is inmiddels bemand door de man die we al kenden, en de vrouw is vervangen door een jonge knappe gozer die ook heel goedlachs is. Goddank. We weten nu in elk geval dat we het beeld van een eigen kaaskraam niet teveel moeten romantiseren want zo zit het dus niet en die knappe gozer is dus niet zijn zoon. Andere marktlieden kennen we inmiddels ook van gezicht en het komt voor dat we op een zondagochtend wel vijf keer worden opgehouden om her en der een praatje te maken. Helemaal Frans, zo’n markt is hier echt een sociale bijeenkomst.
Zo komen we daar ook wel eens Caroline en Robert-Jan tegen. Een Nederlands stel dat wij op z’n aller toevalligst hebben leren kennen. Ze wonen nog geen kwartier bij ons vandaan, en we raakten in gesprek omdat we langs hun huis aan de Lot wandelden, hun Nederlandse auto zagen staan en zij net naar buiten kwamen lopen. In tien minuten kwamen we er achter dat ze in dezelfde buurt in Utrecht wonen waar wij ook vandaan komen, dat ze kinderen hebben in dezelfde leeftijden als onze kinderen, en dat die zelfs bij elkaar op dezelfde school hebben gezeten. Na wat bezoekjes over en weer blijkt dat we ook wel wat overlappende kennissen hebben maar dat we elkaar niet uit het Utrechtse kennen is bijna raar. Het huis hier hebben ze al vijfentwintig jaar, dus in het voorjaar en in de zomer zien we elkaar sowieso en deze winter hebben we hen opgezocht in Utrecht. Ontzettend leuk om een compleet plaatje te krijgen van nieuwe vrienden en om een beetje Utrecht in de Lot te hebben.
In de vroege lente hoorden we van Sylvie, van de quincaillerie (de ijzerwarenzaak) ons eerste behulpzame contact hier, dat ons favoriete restaurant “Le Jardin” werd overgenomen en voortaan “Le Trois Cent Quatre” zou heten. Eigenaren zouden een jonge engelse vrouw en haar franse man zijn. Ze zouden vooral shared dining aanbieden: lekkere hapjes, geen doorsnee driegangen menu. Prima, we waren benieuwd, maar we hadden onze bedenkingen. Le Jardin was altijd heerlijk. Nu, een heel seizoen verder, kunnen we niets anders zeggen dan dat we er nog meer gezelligheid bij hebben gekregen. Hij, Jean, boomlang en compleet volgetatoeëerd, is een totale ADHD’er met veel humor en een groot talent voor talen. Hij spreekt niet alleen Engels in diverse accenten, maar ook wat woorden Nederlands. Zij is klein met een onderkoelde Britse humor en de rust zelve. Het zijn enorm harde werkers die het hele jaar open zijn en elke week iets nieuws verzinnen, van pubquizes, tot gastkoks tot Engels ontbijt op zondagochtend. Dat alles communiceren ze bijna dagelijks via social media, iets wat nog geen enkele andere ondernemer hier onder de knie heeft. Het bewijst maar dat je echt wel mensen op de been kunt krijgen als je je best doet, de tent zit met grote regelmaat ramvol, zelfs in de winter. Wij sturen dus weer zoveel mogelijk gasten die kant op. Maar het grappigste is nog dat hij accentloos godverdomme en klootzak kan uitspreken en dat ook te pas en te onpas doet, naar ons toe dan, want het is natuurlijk best raar dat je het restaurant verlaat en dat de eigenaar stiekem “klootzak” mompelt voor hij de deur achter je dicht doet. Het is inmiddels een running gag geworden om elkaar zo aan te spreken. Vanmorgen hadden we onze auto voor hun deur geparkeerd en bij terugkomst liep Theo even naar binnen om “klootzak” te zeggen. Hij lachen, drie kussen, en toen wees hij op ons portier: er zat een briefje onder de handgreep: KLOOTZAK stond er uiteraard op. Wij hebben hier de grootste lol om.
Kortom, we zijn tot het besef gekomen dat niet elke verandering negatief hoeft te zijn, dat integreren zomaar vier of vijf jaar kan duren en dat we best verknocht zijn geraakt aan al die mensen hier. We hebben zelfs lange termijn projecten lopen: deze maand komen er zonnepanelen op het dak van de hangar, we krijgen nieuwe deuren in de B&B en we willen kippen: en dan niet drie gezelschapskippen zoals we het eerste jaar hadden, maar een stuk of vijftien, voor een serieuze eierproductie. Met een grote ren en een knus kippenhok. We blijven nog een tijdje!