Verknocht

Verknocht

Ruim een jaar geleden zaten we op Pech Blanc nog te dubben of we niet wat anders moesten gaan doen. Of hetzelfde op een andere plek. Vrienden die hier in de buurt een huis wilden kopen hebben accuut hun plannen in de ijskast gezet, want waarom daar een vakantiehuis kopen als Theo en Liesbet elk moment kunnen vertrekken? We waren niet heel betrouwbaar, onrustig en zoekende. Niet dat we terug wilden naar Nederland, daar is nooit sprake van geweest. Maar we hadden Pech Blanc natuurlijk al gevonden voordat we goed en wel aan het zoeken waren en dan knaagt toch de vraag: is er niet veel meer moois te koop waar we weer iets leuks van kunnen maken?

Inmiddels zitten we er heel anders in: van onrust is helemaal geen sprake meer. Die periode heeft ons goed gedaan want wat we ook voorbij zagen trekken op internet aan te koop staande huizen en B&B’s: niets kwam in de buurt van wat we al hadden. We waarderen weer onze ruimte, dit gebied, de stilte rondom en het dorp vlakbij. Het had er ook een beetje mee te maken dat er van alles aan het veranderen was in dat dorp. De bakker zat in de gevangenis wegens drugshandel (geen grap) en de vervangers wilden ons alleen nog brood leveren voor vier euro per dag, toch bijna 700 euro méér in een seizoen. De pharmacie (apotheek) ging verhuizen van het leuke pleintje middenin naar een nieuwbouw gedrocht langs de weg. De kaaskraam op de markt, waar we altijd zo moesten lachen om de man en vrouw die elkaar in de maling namen tijdens het werk, bleek helemaal niet van hun te zijn. Sterker nog, ze waren helemaal niet getrouwd! Ze waren gewoon allebei in dienst van een groter bedrijf en zij ging met pensioen. En de grootste teleurstelling: ons lievelingsrestaurant, waar we blind al onze gasten naartoe konden sturen, stopte ermee. Het stond te koop.

Dat er zelfs in een jaartje tijd in zo’n klein dorp zoveel kan veranderen heeft ons verbaasd. Je denkt toch dat het leven op het franse platteland een beetje stilstaat. Maar raad eens wat er sindsdien allemaal gebeurd is: de bakker is weer uit de gevangenis en heeft beterschap beloofd. Zijn zus werkt in een ander restaurant waar we graag komen en die vertelden we over de levering van vier euro per dag. Dat we dat toch wel een dure grap vonden. Bleek dat zij inmiddels de financiën onder haar hoede had en dat ze het ging regelen. Ze belde me een paar dagen later keurig op: ze zouden voortaan de croissants en de baguettes brengen voor één euro per keer. Of we dat oké vonden? Maar natuurlijk, wij begrepen ook wel dat zo’n eind rijden geld kost, het had ons altijd verbaasd dat ze er niets extra’s voor rekenden, al wisten we dat ze hier praktisch langs kwamen onderweg naar andere trouwe afnemers. Wij blij en als dank zijn we deze zomer vaak bij haar gaan eten en heeft Theo haar gitaar gerepareerd die altijd kansloos in een hoekje van het restaurant stond.

De pharmacie is verhuisd en heeft een leegte achtergelaten op het centrale pleintje. Het leegstaande pand met de ontmantelde gevel is als een puist middenin het gezicht, maar de kans is groot, hoorden we, dat de Tabac-presse erin gaat. Die zit nu in een achteraf straatje, maar zo’n winkel met allerhande krantenrekken buiten is natuurlijk wel heel gezellig. Ik ben vóór.  Komt nog bij dat ik er pas sinds kort achter ben gekomen dat de eigenaar tevens bij de vrijwillige brandweer zit en elk jaar langs komt om de kalender te verkopen, oftewel om te collecteren. We vroegen ons al af hoe hij wist dat wij van Pech Blanc waren, maar dat komt dus omdat hij hier elk jaar op het erf staat.

Een ander pand, midden op datzelfde pleintje, staat al drie jaar leeg. Er zat voorheen een pizzeria, een oudere man die alles zelf deed en best heel lekkere pizza’s maakte. Het was allemaal knullig, binnen was het een bij elkaar geraapt zooitje, maar hij had op een gegeven moment een heel stuk houten terras aangebouwd. Pizza Bob noemden we hem, en nog steeds, want ook hij is ermee gestopt maar we zien hem nog regelmatig door het dorp lopen. Er hing al die tijd een bord met een verbouwingsvergunning in de etalage en dit jaar is daar dan eindelijk mee begonnen, en hoe: het hele pand is gestript en van nieuwe kozijnen en luiken voorzien. Het stucwerk is eraf gehaald en de mooie stenen zijn netjes gevoegd. Het verhaal gaat dat er een nieuw, vegetarisch restaurantje komt. We juichen het toe!

De kaaskraam is inmiddels bemand door de man die we al kenden, en de vrouw is vervangen door een jonge knappe gozer die ook heel goedlachs is. Goddank. We weten nu in elk geval dat we het beeld van een eigen kaaskraam niet teveel moeten romantiseren want zo zit het dus niet en die knappe gozer is dus niet zijn zoon. Andere marktlieden kennen we inmiddels ook van gezicht en het komt voor dat we op een zondagochtend wel vijf keer worden opgehouden om her en der een praatje te maken. Helemaal Frans, zo’n markt is hier echt een sociale bijeenkomst.

Zo komen we daar ook wel eens Caroline en Robert-Jan tegen. Een Nederlands stel dat wij op z’n aller toevalligst hebben leren kennen. Ze wonen nog geen kwartier bij ons vandaan, en we raakten in gesprek omdat we langs hun huis aan de Lot wandelden, hun Nederlandse auto zagen staan en zij net naar buiten kwamen lopen. In tien minuten kwamen we er achter dat ze in dezelfde buurt in Utrecht wonen waar wij ook vandaan komen, dat ze kinderen hebben in dezelfde leeftijden als onze kinderen, en dat die zelfs bij elkaar op dezelfde school hebben gezeten. Na wat bezoekjes over en weer blijkt dat we ook wel wat overlappende kennissen hebben maar dat we elkaar niet uit het Utrechtse kennen is bijna raar. Het huis hier hebben ze al vijfentwintig jaar, dus in het voorjaar en in de zomer zien we elkaar sowieso en deze winter hebben we hen opgezocht in Utrecht. Ontzettend leuk om een compleet plaatje te krijgen van nieuwe vrienden en om een beetje Utrecht in de Lot te hebben.

In de vroege lente hoorden we van Sylvie, van de quincaillerie (de ijzerwarenzaak) ons eerste behulpzame contact hier, dat ons favoriete restaurant “Le Jardin” werd overgenomen en voortaan “Le Trois Cent Quatre” zou heten. Eigenaren zouden een jonge engelse vrouw en haar franse man zijn. Ze zouden vooral shared dining aanbieden: lekkere hapjes, geen doorsnee driegangen menu. Prima, we waren benieuwd, maar we hadden onze bedenkingen. Le Jardin was altijd heerlijk. Nu, een heel seizoen verder, kunnen we niets anders zeggen dan dat we er nog meer gezelligheid bij hebben gekregen. Hij, Jean, boomlang en compleet volgetatoeëerd, is een totale ADHD’er met veel humor en een groot talent voor talen. Hij spreekt niet alleen Engels in diverse accenten, maar ook wat woorden Nederlands. Zij is klein met een onderkoelde Britse humor en de rust zelve. Het zijn enorm harde werkers die het hele jaar open zijn en elke week iets nieuws verzinnen, van pubquizes, tot gastkoks tot Engels ontbijt op zondagochtend. Dat alles communiceren ze bijna dagelijks via social media, iets wat nog geen enkele andere ondernemer hier onder de knie heeft. Het bewijst maar dat je echt wel mensen op de been kunt krijgen als je je best doet, de tent zit met grote regelmaat ramvol, zelfs in de winter. Wij sturen dus weer zoveel mogelijk gasten die kant op. Maar het grappigste is nog dat hij accentloos godverdomme en klootzak kan uitspreken en dat ook te pas en te onpas doet, naar ons toe dan, want het is natuurlijk best raar dat je het restaurant verlaat en dat de eigenaar stiekem “klootzak” mompelt voor hij de deur achter je dicht doet. Het is inmiddels een running gag geworden om elkaar zo aan te spreken. Vanmorgen hadden we onze auto voor hun deur geparkeerd en bij terugkomst liep Theo even naar binnen om “klootzak” te zeggen. Hij lachen, drie kussen, en toen wees hij op ons portier: er zat een briefje onder de handgreep: KLOOTZAK stond er uiteraard op. Wij hebben hier de grootste lol om.

Kortom, we zijn tot het besef gekomen dat niet elke verandering negatief hoeft te zijn, dat integreren zomaar vier of vijf jaar kan duren en dat we best verknocht zijn geraakt aan al die mensen hier. We hebben zelfs lange termijn projecten lopen: deze maand komen er zonnepanelen op het dak van de hangar, we krijgen nieuwe deuren in de B&B en we willen kippen: en dan niet drie gezelschapskippen zoals we het eerste jaar hadden, maar een stuk of vijftien, voor een serieuze eierproductie. Met een grote ren en een knus kippenhok. We blijven nog een tijdje!

Wijn op de bonnefooi

Wijn op de bonnefooi

​Omdat wij onze wijnen liever uit pakken halen dan uit flessen kochten we onze eerste 5 liter bij de delicatessenwinkel in Limogne-en-Quercy. Het scheelt een hoop ritjes naar de glasbak, en met de kwantiteiten die hier geschonken worden in een druk zomerseizoen is het natuurijk een stuk voordeliger. Een ander voordeel van een 5-literpak is natuurlijk dat we zelf nooit geconfronteerd worden met een lege fles.

De eerste reacties op ons 5 liter pak waren heel goed. Het was notabene een stel Argentijnen die hier op huwelijksreis waren. Ze waren die avond de enigen die mee aten, dus we hadden bedacht dat we een romantische avond voor ze zouden verzorgen: we gingen niet bij ze aan tafel maar we dekten de tafel voor twee aan de kant van het dal met een prachtig uitzicht, kaarsjes, ons beste menu en de rode wijn uit ons pak, in een mooie karaf. Het zal ook met de entourage te maken hebben gehad, maar de pasgetrouwden bleven maar praten en wijn drinken, de karaf moest meerdere malen bijgevuld worden en vooral de jongen was razend enthousiast. Daar ging hij ook een paar flessen van halen, waar kon hij de leverancier vinden? We verwezen hem naar Château Eugénie in Albas. We waren er zelf nooit geweest, maar dat moest nu natuurlijk wel gepland worden, want we waren wel nieuwsgierig geworden.

Als er op het pak “Château Eugénie” staat dan verwacht je natuurlijk een prachtig kasteel. In het uur rijden zijn we vele Chateaux gepasseerd maar ons wijnhuis bleek niet in een kasteel gevestigd te zijn. Het was eerlijk gezegd best een teleurstelling. Van wijngaarden was ook geen sprake. Het bleek dat Eugénie allerlei kleine percelen langs de Lot bezit maar geen ervan is in het zicht van de proeverij. Het proeven vond plaats in een geurloos winkeltje en de chai was indrukwekkend maar een tamelijk sfeerloze loods. Toch hebben we goed ingeslagen want de witte wijnen bleken, net als de rode, prettig weg te tikken en de rosé was, ondanks zijn chemische kleurtje, ook fris en fruitig. Maar om nou onze gasten voor een proeverij die kant op te sturen, dat leek ons geen goed idee.

Het barst natuurlijk van de wijnhuizen rond Cahors maar “Château Lagrezette” vonden we intrigerend. Het stond overal aangegeven en de naam kenden we van een kennis in Nederland die er al erg enthousiast over was. Even kijken dus. En daar stond ons ideaalbeeld van een wijnchâteau: Tussen de wijngaarden, op een heuvel, stond een prachtig onderhouden kasteel te shinen in de middagzon, met een imposante toegangspoort en een wijnwinkel bij de entrée. Eentje waar het ruikt naar wijn, kurk en houten kistjes. We konden een plankje charcuterie bij de proeverij krijgen wat we natuurlijk gretig aannamen en de jonge medewerkers waren uitermate vriendelijk en commercieel tot op het bot. Dat wel, maar dat mag, in die omgeving, met zo’n service. De chai was een echte gewelfde kelder achter een glazen schuifdeur naast de winkel, waarvan ik de indruk had dat die verboden te betreden was, maar dat was geenszins het geval. Je mocht er naar hartelust in ronddwalen. De wijnen op zich waren mij persoonlijk wat te heftig en minder toegankelijk dan die van onze huisleverancier Eugénie, maar voor de beleving, voor gasten, is Lagrezette helemaal leuk. Er worden alleen wijnen in flessen verkocht, waarvan ik de rosé Roseberry vooral erg mooi vind met z’n Miami-vice achtige design.

Toch zijn we trouw aan Eugénie, omdat de “Treille du Roy” nog steeds niet verveelt, omdat ze een familiebedrijfje zijn en monsieur Couture persoonlijk met zijn busje de bestelling komt afleveren. Inmiddels hebben we ook drie tonnen voor een prikkie bij ze gekocht. Leeg, dat dan wel, we gebruiken ze als regentonnen. In Nederland schrokken ze van mijn post op Instagram met die tonnen achterin de pick-up en de tekst “even wat wijn halen”. Drinken ze zóveel tegenwoordig, die Prangers?? Dat valt dus mee, het was voor de plantjes.

Nu hadden we laatst een ware Ilja Gort beleving. Einde seizoen waren we door onze rode wijn heen en Theo was al in de auto gestapt om nieuwe te halen daar ten westen van Cahors. Halverwege de rit werden we echter gebeld door het wijnhuis, er zou niemand zijn, de hele familie stond op een beurs in Bretagne, ze waren gesloten. Nu konden we omkeren en een dag later proberen, maar we werden er eigenlijk wel nieuwsgierig van: laten we eens op de bonnefooi iets nieuws proberen. Slimme Theo had al meteen een locatie bedacht: de godfather van ons Chateau Eugenie, had zich eens laten ontvallen dat bovenop de heuvel “sur la crête” hun wijnstokken met de beste druiven staan. Laten we daar eens gaan rondrijden, want misschien hebben andere wijnboeren daar ook een gaardje, en dan moet die wijn toch ook lekker zijn, aldus mijn echtgenoot met olifantengeheugen.

We slingerden dus la crête op en we zagen vrijwil direct een bordje, scheef en verweerd met de naam van een Domaine. Er is hier wel meer scheef en verweerd, dus daar trokken wij ons niets van aan. We reden een stil erf op bij een huis waarvan bijna alle luiken gesloten waren. Het leek erop dat hier al jaren niet zoveel meer gebeurde en we wilden alweer instappen toen de deur open ging. Er kwam een oude baas op zijn pantoffels naar buiten geschuifeld met de vraag wat of we kwamen doen. “On vient acheter du vin, si c’est possible?” “Du vin?!” vroeg het manneke hooglijk verbaasd “Maar ik heb helemaal geen wijn meer. De wijnmaker is dood, we doen er niks meer mee met die wijngaarden. Alleen achterin de schuur heb ik nog een paar doosjes”. Kijk, díe doosjes, die wilden we wel helpen uitgraven, want wie weet wat daar voor lekkers in zat. “Pas de problème, suivez-moi.”

De man had waarschijnlijk al tijden geen bezoek meer gehad. Terwijl hij op zijn sloffen voor ons uit liep naar de schuur bleef hij maar praten. De schuur, of liever gezegd, de loods, was ooit gebouwd voor een bloeiend bedrijf met enorme hoeveelheden druiven, vaten, flessen en kistjes. Nu stond er alleen nog achterin een stapeltje dozen. Hij bood zijn verontschuldigingen aan dat hij ons niets kon laten proeven, want tja, het waren de laatste flessen en ze zaten al in de verpakking. Op de gok dan maar. Drie dozen hebben we ingeladen en afgerekend. Zeven euro per fles. Voilà, we zouden er niet failliet aan gaan. We werden nog op de hoogte gebracht van zijn gezondheidssituatie, opgezette enkels, hartproblemen, etcetera, ik denk als we nog een tijdje gebleven waren dan was alsnog de kurk van die flessen gegaan en had -ie er een stuk worst bij gehaald, maar we moesten afscheid nemen.

Eenmaal thuis konden we niet wachten om onze ontdekking te proeven. Het kon natuurlijk ook bocht zijn. Of smakeloos. Of met een schimmelige kurksmaak. Maar niets van dat alles. De wijn was een dieprode, volle, prachtige Malbec. Daar bovenop de crête gerijpt en met liefde verwerkt. We gaan natuurlijk geen namen weggeven, want die laatste paar dozen, die gaan we zelf nog even ophalen, voordat het te laat is. Misschien dat het verhaal de wijn nog lekkerder maakt, maar dat is toch waar het uiteindelijk allemaal om draait. Het verhaal, de beleving en dan de smaak.

Verbouwen

Verbouwen

​Er zijn van die dingen in een nieuw huis waar je direct wat aan verandert. Dat was hier vijf jaar geleden het geval met bijvoorbeeld de vloerbedekking in de slaapkamer (weg ermee) en de kleur op de muur aldaar: geel. Dat het keukentje behoorlijk onhandig en verouderd was, dat zagen we maar even door de vingers. Beetje verf erover en het was al minder oubollig. Er was bij de B&B kamers nóg een prima grote keuken en we gaven voorrang aan meer urgente  projecten zoals het laten bouwen van het zwembad en de aanpassing van de grote overkapping.

Maar dat keukentje bleef ons toch dwars zitten en dat komt vooral omdat we het zelf niet aan durfden om er mee te beginnen: daar hadden we een mannetje voor nodig, en mannetjes zijn hier niet zo makkelijk te krijgen. Vorig jaar einde seizoen waren we bijna zover: een bevriende handigerd wilde ons wel helpen en we besloten dat het in november moest gaan gebeuren. Maar tegen die tijd hadden we zo’n lang en druk seizoen gehad dat we totaal geen energie hadden om ook nog een project aan te pakken waardoor we tevens het halve najaar in de troep zouden zitten. Er was een proefproject en een bezichtiging voor nodig om door te pakken.

Het proefproject was begin dit jaar: toen heeft Theo met zoon twee een busje omgebouwd tot camperbusje. Met louter gebruiksaanwijzingen van internet hebben ze een Duitse brandweerbus ingericht met bed, kast, keukentje, opbergruimte, maar ook met warmte isolatie, een zonnepaneel, accu’s, watertanks, verwarming en binnenverlichting. Een maand hebben ze erover gedaan, toen is zoon twee met z’n bus gaan reizen en dat doet hij nog steeds zonder problemen, dus het project camper is geslaagd.  Behalve dat, hebben ze er ook een enorme ego-boost van gekregen, ze vinden beiden dat ze nu alles kunnen en elke tegenslag qua verbouwen kunnen oplossen.

Vroeger, toen mijn man nog een serieuze kantoorbaan had, gebeurde het wel eens dat ik hem vroeg of hij in het weekend een klusje wilde doen. Daar werd steevast met een grote zucht op gereageerd, want hij haatte klusjes. Er was nooit het goede gereedschap in huis, het moest altijd binnen een dag af maar alleen al door die tijdsdruk lukte dat nooit. Met de verbouwing van de Duitse brandweerbus is de zucht verdwenen: er is namelijk volop tijd hier in de winter. En met tijd is een beetje tegenslag niet zo erg. Dan kijk je nog eens een YouTube filmpje, rijd je nog een keer naar de bouwmarkt of begin je eerst met een ander gedeelte en probeer je het morgen opnieuw.

Dit najaar was er de bezichtiging van de mensen die eventueel Pech Blanc wilden overnemen (zie blog Het Perfecte Seizoen) en die lieten we uiteraard ons woonhuis zien. Niet veel mensen krijgen dat te zien omdat we altijd de ruimtes van de B&B gebruiken als we bezoek hebben. We zagen ons knullige keukentje door de ogen van een ander en we bedachten allebei tegelijk: dit kan echt niet meer. Nog diezelfde week hebben we alles eruit gesloopt. Hoe makkelijk was dat? Met een schroevendraaier en een hamer lag de hele bende binnen twee uur buiten. Nog netjes, want we konden de spullen goed gebruiken voor de buitenkeuken die we ook al een tijdje willen. Twee vliegen in een klap.

In een avond had ik vier ladekastjes, een koelkast, gootsteen, kraan, werkbladen en plinten besteld bij IKEA. Een mooi fornuis met oven haalde ik van de franse marktplaats en kon eveneens in Toulouse worden opgehaald. Toch een dagtrip, “even” naar IkEA hier, dus zoveel mogelijk combineren was wel zo handig. Nu hebben we een grote auto, maar zoveel spullen in een keer vervoeren was nog een aardige uitdaging. Mijn Theo, die toch niet zo snel van zijn stuk gebracht raakt, kreeg zowaar een paniekaanval daar op de parkeerplaats van IKEA. Karren vol pakketten moesten er worden ingeladen, naast die oven.. Het leek wel een potje Tetris op level 50 maar het is natuurlijk gelukt.

We zouden nog zo’n dertig centimeter lege muur overhouden in onze keuken en we moesten een gootsteen over een bestaande oude gootsteen heen bouwen, geen idee hoe, maar we gingen gewoon maar eens beginnen. Met stucen bijvoorbeeld, want de verwijderde afzuigkap had een aardig gat in het plafond achtergelaten. Nog nooit gedaan, wel altijd gefascineerd toegekeken hoe een stukadoor te werk gaat. Ik kan nu vertellen: ik vind alles leuk waar een plamuurmes bij gebruikt moet worden. Heerlijk! We zijn erachter gekomen dat verbouwen vooral vooruitdenken vereist: voordat dat kastje daar komt te staan moet -ie eerst in elkaar gezet worden en dan kunnen we bepalen hoe hoog alles wordt en dan weten we tot hoe hoog het vloertje geëgaliseerd kan worden en om daar bij te kunnen moet eerst dat stopcontact verplaatst en als we dat dan toch doen kunnen we beter nog een stopcontact bijzetten en zo heb je een zin uitgesproken waar je in de praktijk zomaar dagen zoet mee bent. ChatGPT werd een fijne raadgever. “Als je een keuken verbouwt, plaats je dan eerst de kasten en ga je dan tegelen, of moet je eerst tegelen?” Daar kreeg ik zo’n prachtig uitgebreid antwoord op, ik kon netjes voors en tegens afwegen en toen was de keuze snel gemaakt.

Voorts is verbouwen vooral heel vaak wachten: wachten tot het stucwerk verbleekt is, wachten tot het betonnen vloertje droog is, wachten tot de tegellijm is uitgehard, wachten tot de verf is opgedroogd… Eigenlijk bestaat een huis vooral uit water met poeder. Beton? Water met poeder. Stuc? Water met poeder. Tegellijm, voegsel, alles is water met een poedertje. Een andere eye-opener is de hoeveelheid gereedschap die een mens kan aanschaffen. Voor elk snij, timmer, zaag, boor, dril of schuur klusje bestaat een apparaat in honderd verschillende afmetingen met duizend accessoires. Nu hebben wij in ons leven al aardig wat bij elkaar verzameld, maar nog grepen we geregeld mis. (Momenteel staat alleen een cirkelzaag nog op ons verlanglijstje. Maar daar moeten we eerst een klusje bij verzinnen.) De pneumatische boor bijvoorbeeld, is hier onmisbaar. De huizen zijn gebouwd met muren van 60 centimeter dik. Kwamen wij aan met ons Black & Deckertje. Maar voordat je tot de aankoop van zoiets nieuws overgaat wil je toch even afwegen of dat het wel waard is. Hoe vaak gaan we dit nog gebruiken in ons leven?  En áls je dan zo’n pneumatische boor hebt aangeschaft dan baal je weer dat je dat niet jáááren eerder hebt gedaan. Bevredigend, maar toch ook weer niet.

Ruimte is trouwens ook een groot voordeel als je gaat verbouwen. We hadden sowieso de luxe van een tweede keuken. En rondom het huis is plenty plek om kasten en aanrechtbladen te stallen, te zagen, troep te dumpen, en om alles te laten staan als de dag om is. We zijn nu een maand verder en het is pico bello geworden. Met veel improvisatie en last minute-ideeën. De dertig centimeter lege muur bleek maar vijf centimeter te zijn en dat is keurig afgetimmerd, evenals de oude wastafel. Om onbegrijpelijke redenen monteerden ze die vroeger op kniehoogte dus een paar pannen afwassen veroorzaakte een halve hernia. Die oude stenen bak is verdwenen achter een hogere constructie waar de nieuwe gootsteen op prijkt. De kraan (waar we ook zeker een week op moesten wachten) laat precies een centimetertje ruimte vrij om het raam nog te kunnen openen, een mazzeltje. Grote tegels, die volgens de verkoper veel hygiënischer zijn in een keuken, hebben we alsnog geruild tegen kleine tegelmatjes, veel handiger en ook mooier. Tip: Nooit luisteren naar verkopers als je zelf al een idee hebt. Ongeveer halverwege begonnen we ook met de buitenkeuken, om te voorkomen dat we daar in de vrieskou nog tegenaan hikken. Daar hebben we ons ten doel gesteld om er zo weinig mogelijk geld aan uit te geven. Dus alles is hergebruik en tweedehands op een paar bouwmaterialen na. We vorderen gestaag maar binnen is het in elk geval ultiem cocoonen op dit moment.

Tijd, ruimte, geduld en zin. Dat zijn handige omstandigheden. En dan gewoon dóen. Verven vond ik altijd al leuk, tegelen en stucen nu ook. En we zijn ook nog steeds getrouwd, wie had dat gedacht. Voor een verbouwing draaien wij ons hand niet meer om.

Mist

Mist

Er was ons dit weekend drie dagen volle zon beloofd en een graad of veertien. Dat is fijn, na weken van regen en kou, dat je weer voelt dat het voorjaar er aan komt. We kregen al een voorproefje afgelopen week. We gingen wandelen en we moesten onze jas uit trekken, zo warm was het ineens. Het is net februari hè, heerlijk. Maar toen we vrijdagochtend wakker werden hing er een dichte mist rond Pech Blanc. Mist hangt er vaak boven de rivier de Lot. Gek genoeg nooit direct op het water maar een tiental meters erboven, en dat strekt zich dan vaak uit tot in alle omringende dalen. Maar wij zitten veel hoger en kijken er altijd lekker overheen. Een enkele keer komt de mist tot bovenop onze heuvel en die trekt dan rond het middaguur weg. Maar dat gebeurde niet. Vrijdag niet, zaterdag niet, en zondag nog steeds niet. 

Als ik ergens chagrijnig en depressief van word dan is het een grijze omgeving. Mistbanken, flarden, witte wieven, dat vind ik prachtig. Maar die dikke grijze mist, nattig en koud, dat is niet goed voor me. Ik ken mensen waarbij de weersomstandigheden zwaar op het gemoed drukken, maar dat ik zelf ook zo iemand ben merk ik hier heviger dan ooit. Gelukkig waren we net weer open en hadden we ook zowaar weer gasten. We hadden dus genoeg te doen en niet heel veel tijd om erbij stil te staan. Zaterdag kwamen onze gasten uit Albi aan. Een Frans stel, en Albi ligt hier slechts anderhalf uur vandaan. We vonden het lullig voor ze dat het de hele dag zo somber was gebleven, maar die opmerking verbaasde hen. Ze hadden de hele dag zon gehad! Ze waren toch vlak in de buurt, geen mist gezien. Wel god-non-de-ju! Dus die wolk was echt alleen maar hier blijven hangen. 

Ik kan me zo’n soort dag herinneren in Nederland. Hoog zomer, een super goede weersvoorspelling, ik maakte plannen om naar het strand te gaan met iemand. Nogal een onderneming vanaf Utrecht want heel Nederland zou waarschijnlijk die kant op gaan, dus file, file, file, en daarna vechten om een parkeerplaats. Lagen we eindelijk op onze handdoek in bikini, ging die wolk maar niet weg die daar hing. Alles was grauw. Het bleek zo’n dikke laag kust mist te zijn die van geen wijken wist. Na twee uur bibberen van de kou zijn we maar weer in de auto gestapt en vijf minuten landinwaarts was de lucht strak blauw. We hadden dus beter in Utrecht kunnen blijven. 

Maar nu heb ik iets ontdekt. De enige manier om mist voor me te laten werken en me in een betere stemming te brengen is door met mijn camera naar buiten te gaan. Dat is mijn nieuwe hobby. Ik dacht dat het pianospelen zou worden. Dat deed ik vroeger. Na jaren pianolessen kon ik best wat leuks spelen. Totdat ik op mijn twaalfde stopte en geen toets meer aangeraakt heb. Ik dacht dat ik het wel weer leuk zou vinden om op te pakken en kocht vorig jaar een tweedehands digitale piano. Je moet hier namelijk een hobby hebben in de winter. Zonder werk, zonder zon en zonder familie, vrienden en vertier word je hier waarschijnlijk knettergek. Theo heeft het gitaarspelen weer opgepakt en volgt allerlei cursussen. Hij verslindt ook boeken en kan zomaar vier uur in dezelfde houding in een stoel zitten met een boek. Dat kan ik alleen met een héél goed boek. De piano was even leuk maar ook weer net zo frustrerend als vroeger. Er is geen één nummer dat ik zonder haperen uit kan spelen. Mijn vingers zijn stroever. Ik kan niet improviseren. Met bladmuziek ben ik uren bezig om de noten te ontcijferen. Kortom: dit ging niet mijn gedroomde hobby worden. 

Toen las ik op Instagram tips van een fotografe om B&B kamers mooi in beeld te brengen. Het bleek dat alle foto’s voor de website beter konden; het standpunt kon lager, de verlichting in de kamers moest uit, er was een truc om overbelichte ramen te voorkomen. Goeie tips. En ik had nog best een mooie Canon liggen. En een statief. Om te snappen waar dit nou eigenlijk allemaal over ging (lange sluitertijd, middelgroot diafragma) heb ik een online basis cursusje fotografie gevolgd. En ik begon zowaar te begrijpen dat het niet zo super ingewikkeld is. Dat het zelfs niet eens zoveel met cijfers te maken heeft. Al die getallen waren voor mij altijd een reden om me er niet in te gaan verdiepen. Ik volgde nog meer cursussen en ik las de gebruiksaanwijzing van mijn camera eens goed door en ik probeerde wat. Na de nieuwe foto’s voor de kamers (zie hier) ging ik met mijn camera naar buiten en zo kwam ik op een mistige ochtend bij een meertje terecht. 

Het plan was om een zilverreiger in zijn vlucht boven het water in de mist te fotograferen. Best een pittige opdracht aan mezelf want een actiefoto had ik nog niet gedaan. Ik was er eerder geweest maar toen vlogen de reigers steeds net aan de verkeerde kant. Nu positioneerde ik me op een picknickbank, de honden scharrelden er lekker rond, er zaten twee vissers dertig meter verderop die mij, heel aardig, koffie aanboden. Verder was het stil en prachtig. De mist trok soms een beetje op en liet een reepje zonlicht op het water schitteren, dan trok het weer dicht. Ik had mijn camera helemaal ingesteld op de actie en wachtte. Ik ben niet zo goed in wachten. Maar dit wachten was wel spannend. Waar zou de reiger vandaan komen? En zou ik dan op tijd zijn met in- of uitzoomen? En zouden mijn foto’s scherp worden en precies zoals ik hoopte met die vleugels half omhoog? En ondertussen veranderde het licht boven het meertje constant. Zoiets zie je alleen als je er de tijd voor neemt. Ik heb er drie uur gezeten. Drie hele uren. Geen reiger gezien. Misschien kwam het doordat de vissers steeds in hun handen klapten zodra er een vogel in zicht was. Bang dat die vogel hun vis weg zou kapen. Maar het was een mooie les in geduld en in het waarderen van mist. Uiteindelijk had ik nog wel een mooi beeld van drie futen aan de andere kant van het meer. 

En als er geen tijd is om te fotograferen, dan stappen we in de auto. Dat deden we vanmiddag en jawel hoor, nog geen vijf kilometer verderop was het zonovergoten en warm. Dat lag dus het hele weekend voor het grijpen, we moesten er alleen even naar zoeken. 

NB: Op de foto was de achterste fuut net ondergedoken, zie het plonsje. Leuk toch. Straks word ik nog vogelaar. Links zijn twee boomstronkjes of takken die uitsteken, het is er heel ondiep. 

 

Le Triangle Noir

Le Triangle Noir

Had ik al eens verteld dat we hier in “Le Triangle Noir” (de zwarte driehoek) van Frankrijk wonen? Daar hebben we ons huis niet op uitgezocht, maar het is toch vrij bijzonder: er is hier zo weinig lichtvervuiling, dat we de mooiste sterrenhemel van Frankrijk kunnen aanschouwen. Niet alleen is er weinig bebouwing en populatie, er wordt ook actief meegewerkt met het in stand houden van de donkerte: alle straatverlichting gaat later op de avond uit. 

Als Nederlander is dat een vreemde gewaarwording: je ziet werkelijk geen hand voor ogen op een maanloze nacht. Zodra je het licht uit doet heb je het gevoel alsof je blind bent. We hebben allebei een zaklampje naast ons bed liggen anders vinden we de weg naar de wc niet. Tijdens onze huizenruil ervaringen viel het ons extra op hoe hel verlicht de nachten in Nederland zijn. We zaten een paar weken in een nieuwbouw appartement in het centrum van de stad. Een supergave plek. Maar het slaapkamerraam keek uit op een binnenplaats waar wel veertig  felle lantaarns de hele nacht brandden dat je een verduisteringsgordijn nodig had om te kunnen slapen. Met het raam en het gordijn open, ging dat eigenlijk niet. Terwijl iedereen toch een telefoon bij zich heeft met een lampje erin tegenwoordig. De andere adressen zelfde verhaal, er stond altijd een lantaarnpaal naar binnen te schijnen. Blijkbaar heeft niemand er last van. 

Maar wij weten nu: je weet niet wat je mist! Het is zo mooi elke keer als het helder is, dat het lijkt of de sterren op je hoofd vallen, zo fel, en zo veel. Als je uit de auto stapt: Verrassing! Als we uit de keuken naar huis lopen in het donker: Verrassing! Als we even de honden uitlaten ’s avonds laat: Verrassing! We hebben ooit een goede verrekijker gekocht en die komt hier goed van pas. Door die kijker zie je nog zoveel meer, we liggen soms ademloos op een ligbed bij het zwembad in de verte te staren. Want vooral in de zomer zie je hoe de hele Melkweg zich over het dak van ons huis uitstrekt. 

Toen we hier net woonden kregen we te maken met Corona. De Franse president Macron kondigde dat op theatrale wijze aan: we zijn in oorlog, met een onbekende vijand! Het wás natuurlijk ook eng. En op een van die eerste lockdown avonden stonden wij weer naar de sterrenhemel te turen toen we een satelliet over zagen komen. Op zich niks geks, maar op korte afstand ervan nog eentje. En op dezelfde afstand nóg één. Felle lichtpuntjes, en het ging maar door, we telden er wel dertig en we raakten een beetje in paniek. Wat is hier aan de hand? Er is in China een besmettelijk virus uitgebroken en nu worden we van alle kanten bespioneerd? Komen de Chinezen Europa overnemen? Of krijgen we bezoek van een buitenaardse beschaving? We zijn gauw naar binnen gegaan om te googelen. De   “lange sliert satellieten” bleek het Starlink project van Elon Musk te zijn. Oók verontrustend maar vooralsnog voor een goed doel: overal op aarde internet. Wat hij verder allemaal kan aanrichten in een gekke bui met zijn twaalfduizend satellieten willen we waarschijnlijk niet weten. 

Tegenwoordig weet ik de Grote Beer moeiteloos te vinden, en ook de Kleine Beer, de Poolster en Cassiopeia. Dat vind ik al heel wat. We werden laatst uitgenodigd om op een wolkenloze avond met een astronoom op pad te gaan. Dat leek ons leuk want we hebben weleens bedacht om hier een telescoop neer te zetten maar het is er nog niet van gekomen Deze meneer zou er twee meenemen en er natuurlijk uitleg bij geven. We verzamelden op een van de hoogste heuvels hier in de buurt met een 360 graden uitzicht. Het was stervenskoud maar ook aardedonker. We zagen niet alleen een stukje maan met al z’n kraters en puisten, maar ook de ringen rond Saturnus, de manen rond Jupiter, andere sterrenstelsels zoals Andromeda, de vlamnevel in Orion, de Paardenkopnevel, al die namen, de hoeveelheden, de afstanden, en dan nog al het onbekende, het gaat je gewoon duizelen. 

Het effect op mij is dat ik me afvraag waar wij mensenwezens de arrogantie vandaan halen om te denken dat we de enige -min of meer intelligente- levende wezens zijn in dit heelal. Natuurlijk niet!! Kijk eens even om je heen! Natúúrlijk is er nog meer leven dan alleen maar op planeet aarde. En er volgt een toestand van overrelativering zoals: we zijn hier met z’n allen de boel behoorlijk aan het verzieken, straks is er geen brandstof, geen zuurstof en geen schoon water meer, maar op een andere planeet wel. Worden we de volgende keer toch gewoon daar geboren? Terwijl astronauten vanaf dat heelal neerkijkend op de aarde het “overview effect” krijgen en zich juist het omgekeerde realiseren: wat is de aarde enorm kwetsbaar met z’n dunne atmosfeer en wat moeten we er zuinig op zijn. En zo is het natuurlijk, want verhuizen is geen optie. 

Dus ik heb een tip voor alle gasten die nog komen gaan: neem een verrekijker mee (die van ons mag je uiteraard lenen, maar tegelijk kijken is wel zo leuk), of je camera met statief. Er worden vanuit onze tuin de mooiste foto’s gemaakt van sterrensporen en de Melkweg. We hebben hier een sterrenkaart liggen, zodat je precies kunt zien waar alle sterren staan op de datum dat je gaat kijken. En er zijn natuurlijk ook apps te downloaden zoals Skyview of Ster3D maar volgens onze huisastronoom is het licht van een smartphone storend voor je ogen als je die er steeds bij pakt. Maak ook maar vast een lijstje met wensen want je ziet gegarandeerd een paar “étoiles filantes”. Er gaat een wereld, wat zeg ik, een hemel…. een heelal voor je open hier op Pech Blanc!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerstmis

Kerstmis

We zijn al zeker twee maanden gesloten na een heel lang en vol seizoen, en we hebben voor het eerst sinds we hier wonen wel wat kleine klusjes, maar geen grote projecten. Het gaat meer om een kitrandje hier en een likje verf daar. Dat is ook wel een beetje eigen keuze geweest want ergens in de zomer hadden we nog plannen om het keukentje in ons eigen huis weg te breken en opnieuw op te bouwen, maar dat plan hebben we gaandeweg afgeschoten. We wilden rust en niet weer in de troep zitten als we eindelijk vrij waren. De B&B keuken is eventjes buitenom lopen, maar wel veel praktischer en groter. We blijven er lekker bij in beweging zeg maar. 

 Iedereen vraagt zich altijd af hoe we de dagen doorkomen als we niks te doen hebben maar dat kunnen wij uitstekend. Het begint met uitslapen, want dat hebben we acht maanden niet kunnen doen. Dan zijn er boeken te lezen, films te kijken, bomen te snoeien, cursussen te volgen en wandelingen te maken. De cursus “vegetarisch koken” is eindelijk afgelopen, die sloeg wel een heel groot gat in de dag twee keer in de week, maar Theo volgt nog altijd gitaarlessen en ik ben me na vijftien jaar eindelijk aan het verdiepen in de werking van mijn Canon camera. En dan heb ik nog niet eens achter de piano gezeten, wat ik eigenlijk van plan was. We komen gewoon tijd te kort want nu is het alweer bijna kerstmis en dan zijn we een week druk met andere leuke dingen.

 Sinds we hier wonen komen onze jongens elke kerst deze kant op míts en alléén als onze vriendinnen met hun kinderen óók komen. Met z’n vijven vinden ze het te saai, daar gaan ze dat eind niet voor rijden. De vrienden zijn ons enige lokmiddel. Zolang zij de moeite willen doen om elke keer weer deze kant op te toeren, met hond en kerststollen en potten pindakaas en mayonaise en allerlei andere Hollandse zaken, blijven we daar dankbaar gebruik van maken. Kerst met z’n tweeën in de middle of nowhere is niet wat we willen. Onze vrienden hebben dus een fijne machtspositie en wij gaan tot het gaatje om ze niet op andere gedachten te laten brengen. 

 Het voordeel van het hebben van een B&B is dat we altijd tien man riant kunnen laten overnachten en dat we genoeg ruimte hebben voor gezamenlijk ontbijt en diners. In de keuken kunnen er zomaar zes man tegelijk aan de gang. Daar speelt zich dan ook bijna alles af want het draait voornamelijk om eten. De ossenhaas, de zalm, garnalen en coquilles zijn besteld. Er ligt een ree in de diepvries (zowat hier in de achtertuin geschoten, je kunt het zielig vinden maar verser en lokaler kun je het natuurlijk niet krijgen). Foie gras, chocola, kazen, flessen wijn, Grand Marnier, Madeira, wodka en port worden naar binnen gesleept. De koelkast hangt vol met menu’s en bijbehorende recepten en iedereen doet wel wat. 

 Het is zaak om dat goed voor te bereiden en in te plannen want niet alles is hier in de buurt verkrijgbaar. Vorig jaar waren we zo druk met de laatste boodschappen dat we er tijdens het borrelen achter kwamen dat we straal vergeten waren dat het bestelde vlees voor de twee hoofdgerechten nog opgehaald moest worden. Om vijf minuten voor sluitingstijd renden we bij de slager naar binnen, we waren de laatste klanten voor de kerst. Dus mijn tafel ligt nu vol met lijstjes en in mijn telefoon staan een aantal alarmen ingesteld: De 22e moeten alle kamers klaar zijn, de 23e moeten we zoon drie uit Toulouse halen, de bouillon moet een dag van tevoren al trekken, de cheesecake moet een nacht koelen, de terrine ook, de Beef Wellington kan op de 24e al voorbereid worden, de ree moet al een dag eerder uit de diepvries. De croissants moeten besteld worden voor het ontbijt.

 Verder moet uiteraard de kerstboom staan, de kerstverlichting buiten hangen, de tafels aan elkaar geschoven, een zithoek gecreëerd, want een eetkamer moet wel een beetje een huiskamer worden, de tafellakens gestreken, de kaarsen gekocht, en nog zo wat essentiële kerstzaken. De piek voor in de kerstboom was bijvoorbeeld het project van vandaag. Die is vorig jaar stuk gevallen maar nu blijkt dat Fransen niet aan pieken doen. Wij konden er in elk geval geen eentje vinden. En wij Hollanders vinden een boom zonder piek toch iets onheilspellends hebben. Dit jaar moeten we het doen met een Franse ster in de top. Op hoop van zegen. 

 Doen we ook nog wat anders dan koken en eten? Soms, als het lekker weer is gaan we een eind wandelen. En vorig jaar was het zo zonnig dat we wedstrijden hebben gedaan met jeu de boules, boogschieten, buks schieten, blokken gooien en darten. En fik stoken niet te vergeten want we hebben hier een berg snoeiafval waar je u tegen zegt. Beetje zagen, tractor rijden, en ik heb ook beloofd een pub quiz te maken, maar dat moet ik nog verzinnen. Wel een fijn alternatief voor als het regent. Een puzzel van minimaal duizend stukjes is ook wel een uitdaging voor wie daar zin in heeft. 

 Spotify draait continu op de achtergrond met alle kersthits tot we er helemaal gek van worden en Chris Rea voor de twintigste keer voorbij horen komen. Nu al die kinderen geen kinderen meer zijn vloeit de drank rijkelijk. Er was een diner waarbij er na de zoveelste karaf een explosieve ruzie ontstond met een traditionele rolverdeling tussen de broers: de oudste vloog de jongste aan en de middelste ging bemiddelen. Zoals het hoort eigenlijk. Het kwam gelukkig dezelfde avond nog goed en de lucht was geklaard. Dit jaar zijn alle twintigers vrijgezel dus we zijn weer met de gebruikelijke harde kern, we hoeven geen rekening te houden met nieuwkomers. 

 Kerst is hier dus minstens zo leuk als in Nederland: met dit verschil dat we niet twee dagen maar een hele week samen zijn. Dat gaat goed omdat de rolverdelingen inmiddels bekend zijn en we lekker veel ruimte hebben. Bovendien hebben we elkaar alweer maanden niet gezien en woont er dit keer eentje tijdelijk in Canada, een ander in Barcelona en eentje met een nieuwe baan in Amsterdam. Er is vrede aan deze kant van de aarde, en het sneeuwt bijna. Ik heb er zin in!