Op Expeditie

Op Expeditie

Als je bent opgegroeid in Midden Nederland met hooguit een park om de hoek en een plukje hei verderop is het even wennen om ineens middenin de uitgestrekte natuur te wonen van een reservaat in Frankrijk. Het heet hier Parc Naturel Régional des Causses du Quercy: 176.000 hectare aan bossen op kalksteenplateau’s, doorsneden door de diepe rivierdalen van de Lot en de Célé. Er wonen in dit gebied ongeveer 25.000 mensen. 

Ter vergelijking: de provincie Utrecht is kleiner met 148.000 hectare en heeft 1,4 miljoen inwoners, dat is 56 keer zoveel. Dit hele grondgebied wordt, op een paar kleine stadjes en veel gehuchten na, bewoond door dieren. Wij hadden in het begin geen idee waarom onze honden toch steeds midden in de nacht grommend bij de deur stonden en vaak begonnen te blaffen “om niks”. 

Totdat we een wildcamera in de tuin zetten en het een drukte van jewelste bleek te zijn ’s nachts. Op nog geen tien meter van ons slaapkamerraam stonden de reetjes de bladeren uit de bomen te vreten, kwamen dassen koekeloeren of er nog wat pruimen te halen vielen en waren vossen op zoek naar een lekker kippetje. Wisten wij veel. Inmiddels hebben we ook een horde wilde zwijnen langs de weg zien rennen, maar het is nog niet gelukt ze op camera te vangen. Het ding hangt nu wat verder van huis, in het dal, en ik heb goede hoop dat het één dezer dagen gaat gebeuren. 

Wat we nooit op camera zullen gaan zien, is wat er ondergronds allemaal gebeurt. We weten inmiddels dat het hier vergeven is van de grotten en gangenstelsels. Grotten waarvan het plafond is ingestort en die een grote sinkhole vormen. De Igue van Crégols bijvoorbeeld, een heuvel verderop. Ik vraag me dan altijd af of ons huis niet per ongeluk ook op zo’n grot staat, die vroeg of laat implodeert. Dat je middenin de nacht met bed en al een meter of vijftig naar beneden stort. Zouden ze dat wel gecheckt hebben voordat ze begonnen met bouwen? Wie zal het zeggen? Grotten waar rivieren doorheen stromen, zoals de grote “tourist trap” Gouffre de Padirac. Je moet het een keer gezien hebben. Of rivieren die eerst bovengronds stromen en dan de diepte induiken, God weet waar naartoe. 

Al die verschijnselen hebben een naam hier. Een igue, een gouffre, een cave, grotte, résurgence. En er bestaan dus mensen die ervan houden om dat allemaal te onderzoeken. Spéléologen. Die kunnen met bijvoorbeeld een kleurstof nagaan hoe het water stroomt. Een engere liefhebberij kan ik me niet voorstellen: met een zuurstoftank op je rug een koude donkere grot ingaan en dan ook nog afdalen in het water in die grot, dieper dan diep, smaller dan smal. Levensgevaarlijk is het want er wordt regelmatig een grotduiker uit zo’n gangenstelsel gehaald die het op de één of andere manier niet overleefd heeft. Dan ga ik toch liever postzegels verzamelen.

Wij snappen helemaal niks van al die waterlopen boven en onder de grond. Er is hier een bronnetje in de buurt, La Source de Font Nègre, waar vroeger water gehaald werd. Ze hebben er een trappetje in uitgehakt. Super helder water komt daar uit de grond omhoog borrelen. Die source staat halverwege de zomer droog. Logisch. Andere bronnetjes, waar het water uit de berg komt sijpelen, zijn juist nog heel lang vol water. De Trou Madame bijvoorbeeld, daar komt het water uit de rotsen en dat stroomt eigenlijk het hele jaar door kalmpjes naar de Lot. Behalve die ene keer dat het wekenlang geregend had en we een woest kolkende waterval aantroffen. Niks lieflijks meer aan, het was ontzagwekkend. 

Een eind verder is een wandeling die voert langs de Perte du Cros. Le Cros is het beekje dat door het dal stroomt, en als je die volgt houdt het ineens op. Je ziet het water stromen maar het gaat op een bepaald punt niet verder. Bizar om te zien: vlak voor je voeten verdwijnt het dus ondergronds. Kilometers verderop laat -ie zich ineens weer zien, en die plek heet een résurgence. Een mooie résurgence is de Gouffre de Lantouy, daar komt ijskoud water bovengronds in een helderblauw meertje. Subtropische taferelen. De krater middenin het meertje schijnt veertig meter diep te zijn. 

Maar de meest fascinerende vinden wij de Gouffre de L’Oule. Die ligt in een dal waar we nu al zeker vijf keer doorheen gewandeld hebben en elke keer gaan we even kijken of er water uit de gouffre komt. Je kijkt in een groot gat in de grond, en achterin op de bodem zie je een holte. Daar moet dus ook regelmatig een ondergrondse rivier tevoorschijn komen. Het is er altijd wel nattig, maar we hebben er nooit water in zien staan. Volgens vrienden van ons moeten we er gaan kijken als het een tijd geregend heeft, en als er rechts van de weg naar de grote supermarkt, in een bepaald dal, grote plassen water staan. ”Gegarandeerd dat er dan ook water uit de Gouffre de l’Oule komt. Onze buurman heeft het er een keer met volle kracht uit zien spuiten.” Dus toen wij vorige week onze grote boodschappen gingen halen en rechts een grote watervlakte zagen, wisten wij het: “We moeten op expeditie”. 

Gewapend met rugzakken, camera, lunch, wandelstokken en honden togen wij de dag daarna dat pad weer af, een lastige route vol losliggende keien, een heel eind naar beneden. Vol verwachting. Hoorden we al water? Zou het alleen in het gat staan of ook stromen, of er zelfs uit spuiten?! Zouden we er wel in de buurt kunnen komen als er water uit komt? En waar stroomt het eigenlijk naartoe? 

Leken zijn we! Want we hadden wéér niet het goede moment te pakken. Geen druppel water gezien. Het gat in de grond was droger dan droog. Terwijl wij -met de zandzakken paraat- wekenlang de vele stortbuien voorbij hebben zien trekken. Waar is al dat water dan gebleven?! Overal staat water, behalve in deze Oule. De hele expeditie was weer voor niks. Gelogen hebben ze, die zogenaamde vrienden. Zwaar teleurgesteld vervolgden we onze wandeling. Wanneer dán? Zijn we te vroeg? Of juist te laat? 

We zijn waarschijnlijk de enige gekken in de wijde omtrek die hier een dagtaak van maken. Maar als je dit soort raadsels der natuur niet meer fascinerend vindt dan kunnen we net zo goed terug naar de Hollandse klei. We zullen doorgaan. We zullen niet rusten voordat we A: een wildzwijn in vol ornaat hebben vastgelegd met de nachtcamera en B: het water uit de Gouffre de l’Oule hebben zien spuiten. We kunnen trouwens ook die camera bij de l’Oule ophangen, bedenk ik me nu. Misschien vangen we dan wel twee vliegen in één klap en hoeven we niet weer vruchteloos op expeditie. 

 

 

 

Nieuwe Buren

Nieuwe Buren

We zouden nieuwe buren krijgen. Het huis naast ons, een meter of vijftig verderop, dat tot nu toe sporadisch verhuurd werd, zou dan permanent bewoond worden. Dat is voor ons even wennen, het zou betekenen dat we vanaf onze voordeur hun voordeur kunnen zien en elkaar dus elke morgen ‘bonjour’ zullen wensen. Terwijl we nu nog weleens in een onderbroek de tuin in lopen omdat toch niemand ons ziet. Maar we kunnen het slechter treffen, want het zijn Fransen van onze leeftijd en ontzettend sympathiek. 

 

Vanmorgen zijn onze potentiële nieuwe buren weer aangekomen om een week te verblijven en inderdaad was er meteen een praatje bij het hek, in het Frans dus. We gingen een stukje lopen met de honden en hij liep mee. Hij vertelde ineens dat hij twijfels had. Dat hij de vorige keer razend enthousiast was maar dat daarna de twijfel is toegeslagen. Dat ze vrijdag gaan tekenen, maar dat hij nog geen beeld heeft van hoe dat allemaal moet. Hij woont en werkt hier namelijk zes uur vandaan. Zij kan makkelijk telewerken, maar hij moet echt zijn leven gaan verdelen. 

 

En het is hier wel erg stil hè. Zei hij, toen we door het dal liepen. Je moet hier wel helemaal zen worden zeker? En wat doen jullie eigelijk zoal in de winter? Nou, ik kon hem vertellen dat we ook deze winter weer moeiteloos zijn doorgekomen. We hadden weer de gebruikelijke lijst met klusjes. Dat varieert van ingestorte stenen muurtjes weer opbouwen tot kasten in elkaar zetten voor mijn ‘wasserette’. Van een kruidentuin aanleggen tot het stucwerk in de kamers repareren. We hebben onze eigen badkamer verbouwd. We hebben in december een week pret gehad met vrienden en familie. We konden tot ver in december in een t-shirt buiten lopen dus we hebben ook weer allemaal mooie routes ontdekt. We hebben ons plan om al die wandelingen te delen met anderen omgezet in actie en inmiddels stromen de boekingen binnen voor onze zelfbedachte wandelvakantie. We klussen tussendoor in de tuin. En we doen medische check-ups waar we in de zomer geen tijd voor hebben. 

 

Ziek worden is hier op het platteland eigenlijk gewoon geen optie. Je hebt er sowieso een dagtaak aan want voor alle specialisten moet je zomaar een uur in de auto, en als alles klaar is word je gevraagd om diezelfde week nog de resultaten op te halen. Pardon? ‘Ja, die worden niet zomaar opgestuurd en we bewaren ze ook niet, u kunt ze vanaf morgen komen ophalen.’ Op zich vind ik er best iets voor te zeggen dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen medische dossier maar: weer heen en weer dus. En dat kun je dan natuurlijk combineren met andere bezoekjes aan een stad, maar als je echt ziek bent doe je dat niet en op een maandag is dat kansloos, kwamen we achter, want alles is dan gesloten. Wij gaan dus vanaf nu nooit meer medische afspraken plannen op maandagen. Verder hebben we toch de hele week vrij. En dan vraag ik me dus af hoe de doorsnee Fransman zoiets regelt. Eentje met een fulltime baan en kinderen en hobby’s en dieren. Moet die ook voor elk wissewasje zijn eigen dossier ophalen? En nog zoiets wat ik niet begrijp, met die resultaten van een onderzoek moet ik zelf weer naar de huisarts en die gaat me dan vertellen of er iets met me aan de hand is. Terwijl; als er niks ernstigs is dan heb ik dus a: twee keer voor Jan Doedel een middag in de auto gezeten en b: weer een hap uit het spreekuur van de huisarts genomen; tijd die ze beter had kunnen besteden aan iemand die het echt nodig had. Nou ja, waarschijnlijk ben ik te Hollands voor dit soort onpraktische zaken. Maar zolang we niet bijna dood neervallen doen we medische controles dus niet in het hoogseizoen. 

 

Zo komen we dus de winter wel door. Op de valreep mocht ik nog twee websites in elkaar knutselen, dus ik had het ineens bijna druk. Wat wel een verschil maakt met voorgaande winters is dat er voor het eerst weer allerlei leuks te doen was in de rest van de wereld. Voorheen waren we door corona niet de enigen die onszelf moesten vermaken. Nu las ik ineens over de nieuwste films, die ik voorlopig niet kan zien en theatervoorstellingen waar ik niet heen zal gaan. Avonden in hippe restaurants die iedereen weer deelt op sociale media, en die wij niet gaan evenaren want bijna alle restaurants zijn niet hip én nog tot april gesloten. Voor een bioscoop moeten we denk ik naar Cahors of Montauban, en dan krijgen we waarschijnlijk de Franse versie. Dus ik maak wel een lijstje voor later, voor een vertoning in de originele taal in onze eigen woonkamer. 

 

Maar goed, al dat soort overwegingen neem je toch mee als je hier een huis wilt kopen. Wij wisten dat het hier qua cultuur en vertier saai is, en soms is dat jammer, maar meestal vinden we het juist heerlijk die stilte, dat we niets hoeven, en dat we lekker kunnen uitrusten van een drukke zomer. 

Dus wij zijn heel benieuwd of onze nieuwe buren inderdaad vrijdag een handtekening gaan zetten. Je zou denken dat de stap voor ons toch wat groter is geweest dan voor iemand uit Orléans. Maar wij hoeven niet meer op en neer te rijden voor verplichtingen elders en daar zou ik ook echt niet aan moeten denken. Het is een risico, een huis kopen op Pech Blanc. Grote kans namelijk dat je nooit meer weg wil. 

Het Perfecte Bed

Het Perfecte Bed

Het Perfecte Bed

Dit is een heel spannend jaar voor ons, maar vooralsnog leven we in een soort vacuüm, een stilte voor de storm. Zolang het huis nog niet verkocht is kunnen we niks; niet de B&B kopen in Frankrijk die we zo graag overnemen, niks zoeken voor de tussentijd in Nederland, niks regelen. Het is wachten en plannetjes maken. Ook leuk hoor, maar mijn handen jeuken om concrete stappen te zetten.

We moeten daar bijvoorbeeld vijf B&B kamers opnieuw inrichten, waarbij de bedden natuurlijk het belangrijkst zijn. En de grootste uitgave. Dus het moet meteen goed zijn, want vijf bedden vervangen na slechte recensies is natuurlijk een ‘“cauchemar” (= nachtmerrie, ik leer Frans) van jewelste als verse ondernemer over de grens. Gelukkig heb ik inmiddels in tien jaar tijd zo’n vierduizend gasten over de vloer gehad hier, en nooit klachten gehad. Iemand schreef zelfs in een recensie: “Het bed was zo lekker dat mijn vrouw het mee naar huis wilde nemen.” Het is een boxspring met een pocketvering matras en daarop nog een topdek matras. De onderste matras is behoorlijk stevig, en die “topper” zorgt dan voor wat zachtheid.

Toch was er eens een gast die er niet over te spreken was. Hij had het bloedheet in bed en hij was er van overtuigd dat dat door dat topdek matras kwam. “Dat ventileert niet, dat ding moet er af”. Ik heb dat gedaan en toen sliep hij als een roos.

Dat het stevige matrassen moeten zijn, dat is me wel duidelijk. Als je jong bent kom je nog wel weg met een zacht matrasje, maar ik heb aan den lijve ondervonden hoe het fout gaat als je daar te lang op blijft slapen. Ons riante, peperdure bed -van twee bij twee- vonden we aan het begin van ons huwelijk heerlijk, met z’n “softe” matrassen. Maar later ontdekten we dat dit helemaal niet goed meer voor ons was. Nekpijn, koppijn middenin de nacht, rugpijn, allemaal ellende, die als sneeuw voor de zon verdween toen we drie weken op een keihard bedje op een Franse camping doorbrachten.

Gelijk daarna hebben we twee perfecte matrassen aangeschaft met het label “firm”. We zijn bijna 50 plus en daar moeten we maar mee dealen. “Firm” viel trouwens een beetje tegen de eerste nachten, dat voelde echt knetterhard, maar nu is het zalig. En zo’n topdek matras hadden we vroeger ook, maar is nu nergens meer voor nodig.

Aangezien onze gasten in Frankrijk straks waarschijnlijk ook van middelbare leeftijd zijn, weten we wat ons te doen staat. Maar ja, nog even wachten.