21-Diner

21-Diner

Wij deden niet aan 21-diners. Ook niet aan Valentijnsdag, moederdag of vaderdag. De oudste twee hebben het er nooit over gehad en wij wisten niet eens dat het bestond totdat het steeds meer ‘een ding’ werd onder de families om ons heen. Eerst een “Sweet 16 party”, zonder alcohol, haha, ga daar maar eens aanstaan. En nu dus dat diner dat ouders moeten verzorgen voor hun eindelijk volwassen geworden zoon of dochter. En dat diner mag dus niet zomaar een driegangen menuutje zijn, maar alle toeters en bellen moeten uit de kast getrokken worden: tafelversiering, een thema, dresscode, speeches, cadeaus, menukaarten etc. Nu had je me zoiets een paar jaar geleden echt niet moeten vragen, maar tegenwoordig krijg ik daar geen verhoogde hartslag meer van. Dus toen onze jongste dit jaar in januari 21 werd en wij daar weer niet bij waren hebben we hem aangeboden om hierheen te komen met wat vrienden, ergens voor het hoogseizoen, voor een diner. “Beperk het wel tot 12 man, want anders past het niet.” Dat was nog niet eens zo makkelijk, hij moest kiezen tussen z’n oude vriendenclub van school en zijn nieuwe vriendenclub van de Hotelschool Maastricht. Het werd de tweede club. De jaarclub.

 

Ze regelden drie auto’s en toen ze zagen dat het schitterend weer zou worden zijn ze niet vrijdag pas gaan rijden maar al in de nacht van donderdag op vrijdag. Dat sommigen rechtstreeks uit de kroeg kwamen bleek wel toen ze uitstapten; brakker tref je ze niet na een doorwaakte nacht en een rit van elf uur. Een normaal mens gaat dan een tijdje liggen om bij te tanken, maar bij dit groepje ging het weekend meteen los. Na twee beleefde uurtjes van onthouding werden de eerste biertjes open getrokken naast het zwembad. We waarschuwden nog dat ze zich moesten insmeren maar dat werd vrolijk weg gewapperd. Een enkeling viel in slaap op zijn ligbedje. Slechts eentje had de parasol uitgeklapt. 

Die eerste avond hebben we pizza’s in de oven gegooid en zijn we zelf uit eten gegaan. We troffen bij thuiskomst een groot aantal roodverbrande jongens, die zich opmaakten voor het kampvuur. Op de plek waar we al het tuinvuil verzamelen mogen ze van ons alles in de fik steken zolang het maar beheersbaar is. We hebben er wat boomstammen omheen gelegd en het is zo ver van ons huis vandaan dat we er onmogelijk last van kunnen hebben. De  bolderkar met bier trokken ze met zich mee. We dachten dat ze na zo weinig slaap en zo veel drank en zon wel vroeg zouden aftaaien. Maar nee. Ze vertelden later dat ze pas ver na middernacht naar bed zijn gegaan. 

Dat ze de volgende dag hevig zonnebrand smerend begonnen is toch typisch een jongensding: eerst verbranden, dan pas maatregelen treffen. Niemand had er aan gedacht om een beschermingsfactor mee te nemen, dus die heb ik uit een laatje opgediept. Verder werd me van diverse kanten gevraagd of ik wat kleren kon wassen, want die waren niet zo fris meegekomen uit Maastricht. Nieuw bier halen was natuurlijk prioriteit en daarna vertrokken ze naar de kartbaan. 

Wij hebben die dag voornamelijk in de keuken gestaan en de buitentafel gedekt. Ik was zelf dik tevreden over de aankleding, al waren de menukaarten die ik had laten drukken niet aangekomen, maar verwacht van een groep jongens niet al te veel reactie. Meer dan een terloops “oh, ziet er leuk uit” kwam er niet uit. Wat betreft hun eigen diner aankleding: Het jasje-dasje idee was gelukkig terzijde geschoven vanwege de warmte. De helft droeg espadrilles van de plaatselijke supermarkt hier. Die waren namelijk maar 7 euro. Onze eigen zoon droeg heel even een jasje dat bijna rechtop stond van verschraald bier en andere ondefinieerbare vlekken, totdat we hem bevolen dat gore ding uit te trekken. Hij kleurde wel leuk bij de espadrilles, dat dan weer wel. 

 

Het diner begon na onze speech, de rest moest even in de stemming komen. Hoe meer drank erin ging hoe ranziger de verhalen. We hebben inmiddels een vrij volledig beeld van het studentenleven in Maastricht. Ze studeren wel, maar de oprechte interesses liggen bij bier, vrouwen, seks, en de bijbehorende kwalen als soa’s en schurft nemen ze op de koop toe. Hun struggle zit ‘m voornamelijk in het scoren van een vrouw, het scoren van drugs, het scoren van zo goedkoop mogelijk eten, en oh ja, toch ook wel wat studiepunten. Bijna iedereen rookte trouwens, vooral aan het einde van het diner. Waarschijnlijk staat geld voor sigaretten hoger op de prioriteitenlijst dan eten: witte bolletjes met leverworst. 

Na een paar goeie roasts en een verhelderende video van onze jongste in allerlei staten van dronkenschap en bezetenheid, werd er lodderig mijn kant op gekeken of ik, als enige vrouw in het gezelschap, niet geschokt was. Nu heb ik mijn eigen kind weleens naakt gezien, maar dat is toch alweer zeker 15 jaar geleden. Verrassend veel beeldmateriaal was het. Laat ik het daarbij houden. 

Na middernacht togen ze wederom met de bolderkar, vol sterke drank dit keer, naar de vuurplaats. Letterlijk een bar op wielen. Eén van de jongens die hier al eerder was geweest, laten we hem Simon noemen, want zo heet hij, herinnerde zich dat er een grot vlakbij was en het leek hem een goed idee om die eens van binnen te bekijken. Drie man vond dat ze nu wel dronken genoeg waren om geen claustrofobische reactie te krijgen. Knap dat ze hem gevonden hebben in het donker. 

De video zag ik de volgende dag; tijgerend in hun nette chino’s en witte overhemden gingen ze door de modderige lage gangen. Als ze eens wisten dat de hele streek hier vol grotten zit waar je zomaar in vast kan komen te zitten of in kan verdwalen, waar regelmatig geoefende duikers in overlijden omdat ze er niet meer uit komen… ik was blij dat ik sliep toen dit gebeurde. Ze hadden nog wel de tegenwoordigheid van geest om hun vuile kleding in mijn wasmachine te gooien voor ze naar bed gingen, petje af. 

Inmiddels werd het moeilijk om ze wakker te krijgen. Even werd nog getwijfeld om de geplande kanotocht te annuleren en de Formule 1 te kijken. Maar gelukkig vond de meerderheid dat dat niet okee was, dus met grote katers en nul voorbereidingen (eten, drinken, zonnebrand) togen ze naar de rivier. De stemming was wat bedrukt toen ze drie uur later terugkwamen. De tocht was lang geweest, ze hadden dorst en Max had gewonnen in Azerbeidzjan en dat hadden ze gemist. 

Dan maar een rondje bier. Bij een mooi restaurant hebben we het weekend samen afgesloten. We hebben de woorden “letterlijk”, “oprecht” en “bezeten” aan ons vocabulaire kunnen toevoegen. We hebben nog even gecheckt of onze jongste de grootste slet van het stel was, maar dat viel mee, er stonden er toch zeker drie hoger in de ranglijst. Een lijst die daadwerkelijk wordt bijgehouden. 

Op maandagochtend zijn ze weer vertrokken, nadat ze eerst keurig hun eigen bed hadden afgehaald. Het zijn hotello’s dus we vonden dat we dat wel van ze konden vragen. Het was een heugelijk weekend, en niet alleen voor de 21-jarige. 

Rozengeur en zonneschijn

Rozengeur en zonneschijn

Ik kan natuurlijk uren en dagen uitweiden over het heerlijke leven in La Douce France, de rust, de ruimte, de natuur, de zon, de wijn, het eten, de tijd, de schoonheid…maar. Er zijn ook heus dagen dat het allemaal helemaal geen rozengeur en zonneschijn is. Een dag als vandaag. En gisteren. 

We zitten inmiddels in februari. De echte kou is voorbij, het vriest niet meer ’s nachts. Er was veel zon en we hebben weer veel gewandeld maar de kortste dagen hebben we grotendeels binnen doorgebracht. Wat doe je binnen als er geen werk is en de klus lijst af? Behalve slapen? Lezen, eten, televisie kijken, vuurtje maken en repeat. Maar als het zoeken naar een goeie Netflix film langer duurt dan de film zelf en je sloom wordt van het lezen, dan moet je toch iets nieuws gaan verzinnen. 

Vanmorgen werden we wakker zonder zon, en met miezer regen. Dat is het ergste: mist en motregen. Omdat het vaak de hele dag blijft hangen. Ik heb nog liever een storm, dan dit. Zelfs de honden willen niet naar buiten en de paarden van de buren staan gedeprimeerd in de wei. 

Wat deed ik in Nederland, op zo’n dag? Een vrije dag met motregen? Waarschijnlijk ging ik dan de stad in, bij gebrek aan beter.  Maar de dorpen zijn hier uitgestorven als het regent en voor een heuse winkelervaring moet je hier al gauw anderhalf uur rijden. En ik hou helemaal niet van winkelen zonder doel. Ik werd er in Nederland ook niet gelukkiger van. Al die keuzes, het was eigenlijk om doodmoe van te worden en spontane aankopen bleken vaak miskopen. 

De laatste keer dat het dagenlang motregende was in december. Ik geloof niet dat ik de enige ben op wie een gebrek aan zon grote invloed heeft op het humeur. Ik vond werkelijk dat we het verkeerde land uitgekozen hadden. En drie uur verderop, even over de Pyreneeën in Spanje, scheen de zon uitgebreid. Waarom waren we dáár niet heen verhuisd? Ik volg een Instagram account van Nederlanders die van Vlieland naar de Dordogne zijn vertrokken, vlak voordat wij naar de Lot gingen. Maar nog geen twee jaar later waren ze daar weer weg, en neergestreken in de provincie Málaga, in Zuid-Spanje!

Toen ik hun insta-feed weer eens bekeek zag ik inderdaad alleen maar zon. Wandelingen met blote benen in december, sinaasappels en avocado’s aan de bomen, witte wijntjes buiten bij zonsondergang. (Instagram: finca.la.vida) Ik heb ze benaderd. Of ze alsjeblieft op wilden houden met die jaloersmakende plaatjes. En wat was er eigenlijk mis geweest met de Dordogne? Het antwoord kon ik wel raden: teveel regen. Ik ben direct op internet B&B’s in Zuid Spanje gaan zoeken. Niks gevonden trouwens. Niks wat mooier was dan waar we nu zitten in elk geval. En bovendien: twintig graden in december was dan wel jaloersmakend, maar is 45 graden in juli dat ook? 

Gelukkig hadden we een escape. Zo in december en vlak voor kerst hadden we nog wel tijd om even weg te gaan. We vertrokken voor een paar dagen naar Valencia, waar mijn zus een huis heeft. Op de dag dat we weg reden ging ook hier de zon weer schijnen. Maar soit, een verandering van omgeving en temperatuur was heel welkom. 

In januari was het tijd om het lijf weer aan het werk te zetten. Ik heb yogalessen gevolgd van een fitte en fabuleuse vriendin, via internet. (Instagram: delfi.fit.fabulous) Nu doe ik het verder met een app, want privéles is supergoed maar niet super-goedkoop. Het lukt! Want als de dag zonloos begint vind ik het een prima tijdsbesteding. M’n man heeft ook een hobby: gitaar spelen. Dus het wordt hier volgens onze jongste zoon een soort hippie hang-out. Maar we mogen niet zeuren. Zodra de zon weer door de wolken piept is het zomaar 17 graden en hebben we weer overal zin in. Nog even doorbijten, dan is het weer lente. Dan is er weer werk. Dan is er weer rozengeur en zonneschijn. 

 

Le Pique-Nique

Le Pique-Nique

Een tijd geleden kregen wij Nederlandse vrienden op bezoek, die net als wij graag lange wandelingen maken. Ze verheugden zich er enorm op: “lekker lopen en af en toe een terrasje pakken”… maar dat plan moest ik helaas torpederen. Het is hier niet zoals in Nederland dat er om elke bocht een leuke uitbater zit die de hele dag tosti’s en koffie aanbiedt. 

Toen we hier drie jaar geleden voor het eerst kwamen viel het ons op dat het hier iets anders gaat. Een terras is tussen twaalf en twee bezet voor de lunch, bij voorkeur een drie gangen lunch met wijn, voor weinig geld. Kom je om half drie aanzetten, dan kun je echt niks te eten krijgen of word er bij de gratie Gods nog een salade gemaakt maar een keuze zit er dan niet meer in. Tussen twaalf en twee, en anders niet. Dat geldt niet alleen voor terrassen, dat geldt voor alles en iedereen hier, tenminste op het platteland. 

Om twaalf uur gaan vrachtwagens langs de weg staan, campers parkeren, werklui gooien de bijlen erbij neer, wandelaars zoeken een plek om te eten en winkels draaien klokslag twaalven de deur op slot. Ik kwam eens met een pakketje binnen bij het postkantoor, ik was al over drempel maar de kerkklok sloeg twaalf uur en ja hoor, ik werd zonder pardon weg gestuurd. Ik heb me daar druk over gemaakt, maar als je er rekening mee houdt en er in mee gaat, dan is het wel lekker. Uitgebreid de tijd nemen om te pauzeren en te eten, wat een luxe zo midden op de dag in de zon. En bijna iedereen eet buiten de deur! Knetterdruk op alle terrassen. Een broodje wegkauwen achter de computer is hier not done. Onze zwembadbouwers hadden zelfs eens een bbq meegesleept die tussen de middag werd aangestoken, want als er geen terras voorhanden is dan maken ze er wel op een andere manier een feestje van. 

Dan een ander euvel: de natuur is hier zo uitgestrekt en de dorpen zijn vaak zo verlaten, dat je wel heel goed moet plannen om op de juiste tijd in een stadje met een terras te arriveren. Op de meeste wandelingen die wij gemaakt hebben, kwamen we geen mens, geen hond en geen restaurant tegen. Kwamen we toch in een dorp met een paar leuke restaurantjes, hing er overal een bordje dat je cash moest betalen! Geen pinautomaat in de wijde omtrek en een portemonnee vol met pasjes, maar nee hoor! Ik denk dat daarom de Fransen uitermate bedreven zijn in de picknick. Ze zijn er aan gewend dat ze alles zelf mee moeten slepen. Eerst dachten we dat het zuinigheid was, toen steeds meer gasten vroegen of ze op ons terrein mochten picknicken. We zijn er inmiddels aan gewend, we bieden borden en bestek aan en alles wordt altijd keurig opgeruimd. Vaak grijpen wij de gelegenheid aan om zelf uit eten te gaan. 

Het heeft wel wat, buiten eten, op een plek die je zelf uitkiest met het eten dat je zelf meeneemt. Het is vooral de voorpret: wat stop ik allemaal in dat rugzakje? En de vrijheid om te pauzeren waar en wanneer je wil. Dus wij doen dat nu ook. Als we lang van huis zijn gaat er een broodje of een salade mee, flessen water en een appel. Toch vond ik het tijd voor een upgrade. Ik wilde ook een kleedje. Een rugzak waarin alles koel blijft. Borden. En welja, wijnglazen. Alhoewel ik er de rest van de dag af lig als ik bij de lunch wijn drink, vond ik het er wel bij horen. Dus voor mijn verjaardag heb ik mezelf een sac à dos pique-nique cadeau gedaan. Alles zit er in; tot een kurkentrekker aan toe en een compartiment voor een wijnfles. Tijdens de première van onze picknick rugzak werden we bijna van ons kleedje geblazen en wilden we het liefst even slapen na die fles wijn, maar à la, we zaten wel mooi op het point de vue van Calvignac met een prachtig uitzicht over de Lot. Franser konden we het niet bedenken. We waren alleen veel te laat, het was al half drie toen we ons kleedje uitspreidden, daar moeten we nog even aan werken. De tweede keer hadden we “jésuites” (een amandelbroodje met vanillecreme) ingepakt, die bij nader inzien nog afgebakken hadden moeten worden. Ze waren nog bevroren toen we vertrokken, en ontdooid toen we ze uitpakten… één kleffe kledder in m’n nieuwe rugzak! Het is zo eenvoudig nog niet, eten in de natuur, maar al doende leert men. Straks zijn we experts “pique-niqueurs”. 

De Eend

De Eend

We durven het haast niet te vertellen. De eend, de ‘deux chevaux’, die wij tijdens de eerste lockdown vanaf een paar foto’s op Autoscout gekocht hebben, gewoon omdat ze zo mooi was, en Spaans, staat nu bij een garage waar ze helemaal uit elkaar wordt gehaald. We hadden haar daarheen gebracht omdat we de rem even wilden laten nakijken, die deed het wel, maar pas als je met gestrekt been bijna door de carrosserie heen trapte. En tja, ze kraakte ook een beetje als je stuurde. Maar ja, uit 1965, wat wil je. 

 

In de winter hadden we bedacht dat we haar misschien toch maar moesten doorverkopen. Na haar aankomst hadden we nog maanden op de papieren uit Spanje gewacht (een auto over de grens brengen tijdens een strenge lockdown bleek makkelijker dan een stapeltje paperassen opsturen). Toen we er eindelijk in mochten rijden was het al hoogzomer en vergaten we haar een beetje. Te weinig tijd, te vermoeiend, en elke keer als we een ritje maakten verloren we een wieldop of vloog het raampje om de haverklap open. Toen onze zoon er een rit mee maakte merkte hij tot zijn schrik dat het gaspedaal los zat. Doodeng was het, maar ook om te gieren zo leuk. En op Instagram was ze reuze populair, van alle foto’s die we postten had zij veruit de meeste likes. 

 

Theo lapte haar op, maakte wederom schitterende foto’s en in januari meldde zich een potentiële koper. Helemaal uit Nantes wilde hij komen om de eend te bekijken. Precies die dag ijzelde het van Nantes tot Limoges en regende het hier onophoudelijk. Tijdens het proefritje besloegen de ramen, lekte het ventilatierooster en schrok de man zich een ongeluk toen de rem zo traag reageerde. Daar hadden we hem even voor moeten waarschuwen, maar ja, wij waren er inmiddels aan gewend. De koop ging niet door. Hij vond haar schitterend, ze kwam uit zijn geboortejaar, maar die rem vond hij toch eng. Wij waren beledigd. 

 

Inmiddels was het keuringsrapport verlopen en besloten we dat eerst maar even re regelen voor we haar weer te koop zouden aanbieden. Met knikkende knieën want met APK keuringen hebben we slechte ervaringen. Meestal worden we gebeld en mogen we de auto, welke auto dan ook,  pas na een waslijst aan reparaties en vele honderden euro’s verder komen ophalen. Maar na drie kwartiertjes konden we gewoon weer vertrekken, met een nieuw rapport, geen vuiltje aan de lucht. Wat waren we trots. En we bedachten, als ze zo goedkoop in onderhoud is, en als we de mankementjes nou even goed laten repareren, zullen we haar dan toch niet gewoon houden? Dit is toch een toppertje?!

 

Op naar de garage dus. De garageman is een eenling, die jarenlang in een normale garage voor normale auto’s werkte maar die veel liever aan oude eendjes en Renaultjes sleutelde en eindelijk voor zichzelf is begonnen. Een kenner dus. De rem ging hij maken, dat was inderdaad een ‘pédale bizarre’. Dat krakende geluid vond hij zorgwekkend dus hij zette haar even op de brug. En daar kwam de aap uit de mouw: het chassis zag er uit alsof de vorige eigenaar moedwillig met 80 km/uur (haar topsnelheid) tegen een muur was gereden. Ingedeukt, vervormd, bijna gebroken. Onze grijze dame zag er dan wel prachtig uit, maar om in te rijden was ze levensgevaarlijk en totaal onverantwoord. We waren verbijsterd. 

 

Verkopen is dus geen optie meer. De verkoper aanklagen wel, maar daar hebben we geen trek in. We hebben de auto nooit bekeken voor aanschaf, dus tja, eigen schuld dikke bult. Wel hebben we de kinderen gebeld om ze op het hart te drukken NOOIT ongezien een auto aan te schaffen. De mogelijkheid die we nu hebben is om haar geheel opnieuw op te laten bouwen op een nieuw chassis en er maar van te genieten zolang het nog kan. Toch vele reparaties en euro’s verder dus… maar ze doet het fantastisch op Instagram. Dat wel. 

 

Regen in Zuid-Frankrijk

Regen in Zuid-Frankrijk

Eén van de redenen om Nederland te verlaten was natuurlijk om het aantal zonuren in ons mensenleven wat op te schroeven en om te ontsnappen aan de vele grauwe dagen en trage winters. Dat is tot nu toe aardig gelukt. De lente was hier perfect; we liepen in maart al vaak in een t-shirt buiten. De zomer was zoals je hier van een zomer mag verwachten: Heet en droog en heel af en toe een donderende regenbui. Het najaar was ook nog lang aangenaam. Pas halverwege december zijn we gestopt met schilderen buiten omdat de verf niet meer lekker vloeide. 

Het hele landschap glinsterde

In januari is het verdomd koud geweest. We kregen dit schattige huis met centrale verwarming en een open haard maar nét op temperatuur. Koud kan ook heel prachtig zijn, want vaak was het ’s nachts mistig geweest en dan werd je wakker en was alles wit. Elk takje en grassprietje leek wel bestrooid met poedersuiker. Met de zon er op glinsterde het hele landschap. Als je dan in zo’n rustige streek woont blijft alles gedurende de hele dag ongeschonden. We hebben de mooiste wandelingen gemaakt in die vrieskou. 

Dan begint het grote vervelen

Maar nu. Het is 1 februari. We hebben alle binnen klussen inmiddels af. We hebben de meeste Netflix series gezien, de beste boeken gelezen, alle playlists afgedraaid en juist nu is het hier zeik- maar dan ook zeiknat. We leven al weken in een wolk van regen of motregen, het is grauwer dan grauw en we willen niet meer leven. We slapen uit, draaien ons nog eens om, lezen de hele krant in bed, ontbijten traag, doen een snel rondje met de honden en dan begint toch wel het grote vervelen. Kunnen we nog wat opruimen, schoonmaken, sorteren, veranderen, plannen? Mwah, eigenlijk niet, en wat we zouden kunnen doen dat stellen we steeds uit; de gastenkamers schoonmaken. Maar ach, dan moet je met al je spullen door de regen en wat maakt het uit, er komt voorlopig toch niemand. 

Belazerd

Ondertussen ga je je nog belazerd voelen ook. Het was hier toch altijd mooi weer? Grijze dagen bestonden toch niet in Zuid-Frankrijk? Hebben we daarvoor huis en haard en familie en vrienden verlaten? De binnenplaats is bemodderd, het fonteintje in de vijver is verdronken en het zwembad ligt er verdrietig bij. De behoefte aan een hobby is dringend. Toch zie ik breien niet zitten en het ontbreekt me aan inspiratie. De man doet tenminste nog een cursus Frans, maar dat kan ik al. 

Overstromingen?

Toen kwam er vanmorgen een verlossend bericht op mijn telefoon. Axa verzekeringen waarschuwde voor overstromingen in Calvignac. Overstromingen? Zo erg was het toch niet? Of hadden wij niks in de gaten omdat we op een heuvel wonen? We zijn in de auto gesprongen en hebben ons verwonderd. Regen in Nederland veroorzaakt plassen en moerassen. Regen in de bergen veroorzaakt gigantische watervallen, spuwende grotten en kolkende rivieren. Overal langs de Lot kwam de regen in watervallen van de rotswanden. Kleine beekjes waren veranderd in schuimige stromen en de grot, waar weleens wat water uit miezert, was nu ontoegankelijk geworden door een woest kolkende massa. Spec-ta-cu-lair! De Lot zelf was twee keer zo breed, bruin en eng. Echte overstromingen waren er niet, maar je kunt je er bij zoveel natuurgeweld van alles bij voorstellen.

Wat een oppepper, dat je hier zelfs van regen onder de indruk kan raken. We hebben ons weer teruggetrokken op onze heuvel, maar morgen gaan we weer een rondje “regen kijken” en wellicht breekt daarna dan eindelijk de zon weer door!

 

 

 

Beestjes

Beestjes

In een vorig leven, toen ik nog een jolige studente was en tevens actief als parttime tv-presentatrice, vloog ik voor een leuk programma naar Guatemala om daar een rondreis te maken en af en toe iets voor de camera te zeggen. Met gesponsorde kleding, koffers en badpakken, wat een tijd was dat, die Samsonite ligt hier dertig jaar na dato nog steeds op zolder, maar dat terzijde. We resideerden met de hele ploeg op een gegeven moment in een prachtig resort in Belize, waar de hotelkamers bestonden uit hutjes met rieten daken, midden in de jungle. Elk vrij moment pakte ik om op het idyllische strandje te gaan liggen en het verbaasde me dat ik steeds de enige was. Wel merkte ik dat iets mij prikte. Hele kleine prikjes voelde ik op mijn blote benen, maar ik zag niks. Een paar dagen later, op een ander bestemming inmiddels, werd ik gek van de jeuk. Zelfs ’s nachts kreeg ik aanvallen, zo erg, dat ik alleen even verlichting voelde als ik met mijn haarborstel over mijn benen ragde. Die benen zagen er inmiddels uit alsof ik aan een vreselijke ziekte leed. Elke centimeter was lek geprikt en opengekrabd. Zandvlooien waren het, die mij op dat tropische strand te grazen hadden genomen. Het duurde een paar weken voordat het over was. 

 

Jaren later had ik een soortgelijke ervaring in de Schotse Hooglanden. Met twee vriendinnen ging ik een wandeltocht maken, maar omdat we ons tegenwoordig uitgebreid kunnen inlezen, hadden we begrepen dat we ons moesten wapenen tegen midges. Dat zijn kleine steekvliegjes die in grote zwermen op jouw onbedekte stukje huid afkomen. Zolang je loopt is er niet zoveel aan de hand, maar stop je even dan word je te grazen genomen. We liepen er dus bij als drie zwarte weduwen, helemaal ingepakt en met netjes over onze hoeden getrokken om ons gezicht te beschermen. Zelfs de Schotten, waar we overnachtten, werden er gek van en ik begreep niet hoe je in zo’n gebied kon wonen als je geen stap buiten de deur kon zetten zonder aangevallen te worden. Check de One Minute Midge Challenge op YouTube en je hebt een beeld…

 

Nu blijkt dat we hier met soortgelijke beestjes te maken hebben. Aoûtats heten ze, want ze komen in augustus (août). Maar dit jaar kwamen ze pas in september. Onze huizenruilers, die hier toen twee weken op ons huis gepast hebben, waren in de veronderstelling dat onze honden vlooien hadden. Maar wij hebben nooit een vlo kunnen ontdekken. Na enig rondvragen werd ons meewarig medegedeeld dat het onzichtbare mijten zijn, die inderdaad behoorlijke jeuk kunnen veroorzaken. De enige manier om te voorkomen dat je geprikt wordt is steeds douchen als je buiten gelopen hebt, je gazon kort houden, je benen bedekken en je broek in je sokken stoppen als je buiten bent, je kleding en beddengoed heet wassen etc etc. Een beetje wat je vroeger ook als opdracht meekreeg van school als je kinderen luizen bleken te hebben. Maar Hallo, we zijn hier de hele dag buiten en ik ga er geen dagtaak van maken om die jeuk te voorkomen. We moeten er dus mee leren leven; elke dag nieuwe bultjes ontdekken en elke nacht een paar keer wakker worden van de jeuk. Nu heb ik net in de Facebookgroep “Lot en Omgeving” de vraag gesteld of het normaal is dat beestjes, die de naam “Augustus” dragen, in november nog steeds actief zijn. Dat zijn ze, helaas, totdat het gaat vriezen. 

 

Kijk, dat vertelt een makelaar niet. Nu hadden wij geen makelaar, maar de verkoper heeft natuurlijk ook wijselijk zijn mond gehouden en niemand die we spraken over onze verhuizing naar Zuid-West Frankrijk heeft het ooit gehad over stekende onzichtbare beestjes. Het ging over termieten, overstromingsgevaar, aardbevingen, asbest, maar niet over aoûtats. En ik was juist zo blij dat we hier nooit muggen hebben. Terwijl de tijgermug al is opgerukt tot Toulouse. Nu rest mij nog het internet af te speuren naar middelen om de jeuk tegen te gaan en hopen op immuniteit.