Emigreren is niet eng

Emigreren is niet eng

Wij hebben ons altijd een beetje verbaasd over het feit dat veel mensen het dapper vonden dat we deze stap genomen hebben. Ik heb namelijk nooit begrepen waarom emigreren eng zou zijn. Zeker niet als je gewoon in hetzelfde continent blijft en in een dag weer naar je oude adres kunt rijden. Frankrijk is gewoon een wat groter Nederland met wat meer natuur, verder is het allemaal niet zo spannend. Vroeger, toen was emigreren spannend! 

Mijn tante trouwde met een Canadese bevrijdingssoldaat en verliet met haar verliefde kop haar vaderland terwijl ze geen idee had waar ze terecht kwam. Mijn eigen ouders verlieten met twee kleine kinderen Nederland om voor een aantal jaren op een Caribisch eiland te gaan wonen en werken. Nu was dat iets makkelijker omdat mijn vader daar een baan aangeboden kreeg, maar ze moesten er met de boot naartoe hè. Een reis van drie weken. Naar Bonaire, wat toen echt nog geen party eiland was, maar gewoon een vergeten gebiedje in een wonderschone omgeving. Mijn zussen moesten naar een schooltje waar ze Papiaments spraken. Ik was nog niet geboren dus die ervaring heeft mij niet geholpen. Maar alleen al het feit dat je alleen per post contact kon houden met je familie en vrienden, dat is toch behoorlijk afschrikwekkend. Op de terugreis, in 1967, vlogen de doperwten door de eetzaal, lag mijn moeder, zwanger van mij, voor pampus op bed, werd er een tussenstop gemaakt op Jamaica omdat er iemand ziek van boord moest worden getakeld en bij de Azoren moesten ze wederom wachten omdat er een vrouw ging bevallen (niet mijn moeder). Wat een belevenissen. Tegenwoordig kun je op een kwart slaappilletje volkomen bewusteloos de reis naar Bonaire door de lucht maken. 

Toen ik een jaar tijdens mijn studie in Spanje verbleef, in 1990, had ik nog geen mobiele telefoon. Nooit gemist ook natuurlijk want je wist niet beter. Maar het zou nu ondenkbaar zijn. Ik had met Ellis, mijn studiegenote, afgesproken dat ik op 1 september om 12.00 uur onder de klok zou staan op de Plaza Mayor. Zij zou namelijk al eerder vertrekken. Nou, en zo geschiedde. Ik schreef toen ook nog brieven, hele lange. Ik heb ze nog, gekopieerd van de vriendin waar ik ze naartoe stuurde, gebundeld en wel, want het was het mooiste aandenken dat ik kon bedenken van dat schandalig doelloze, maar fantastische jaar. Eén groot feest was het, zoiets als een examenreis maar dan negen maanden lang. Wij hadden dan weer geen examenreis gehad, maar gewoon een feestje. Er waren toen nog geen budgetreizen. 

Buiten het feit dat we hier nooit zouden kunnen wonen zonder internet omdat onze B&B nooit gevonden zou kunnen worden door potentiële gasten, is het allemaal zo eenvoudig geworden. Echt vertrekken doe je eigenlijk niet meer. We hebben op elk moment van de dag contact met iedereen ‘thuis’. En dat je zelfs al bellend iemand ook nog kan zien, iets wat we ons vroeger echt niet konden voorstellen, maakt het helemaal ongelooflijk dat er 1100 km tussen zit. 

De ‘brieven’ die we schrijven zijn in een nano seconde op de plek van geadresseerde. Hele epistels zijn niet meer nodig, korte berichtjes tussendoor zijn nog veel leuker. Met foto’s en filmpjes en al. Wat een luxe. Het krantenabonnement dat ik in Nederland had opgezegd, hebben we hier gewoon weer terug, maar dan digitaal. Nederlandse televisie is ook geen probleem, al hebben we de satellietschotel van de vorige bewoners weg gehaald. Die stond pal voor de gevel van het huis en was een doorn in het oog op elke foto. Bovendien, we waren eigenlijk wel blij om verlost te zijn van dat doelloze gezapp in de avond. Nu zoeken we iets uit op uitzending gemist of iets dergelijks en als het klaar is, is het klaar. 

De Nederlandse radiozenders hebben we hier ook regelmatig aanstaan. Sublime FM, Skyradio, je hoeft het allemaal niet meer uit de lucht te plukken. En nu we onbeperkt internet hebben via glasvezel hoeven we ook geen dataverbruik meer in de gaten te houden. Het leukst van die radiozenders is als we het weerbericht voorbij horen komen. Het is altijd teleurstellend, het wordt vaak niet vrolijker dan “af en toe zon’ en meestal is het ‘hier en daar een bui’. De filevermeldingen zijn ook een bron van leedvermaak. Hoewel wij zelf nooit dagelijks de file in hoefden is het wel tekenend voor de drukte, de stress en de sleur in Nederland.

Als je dat allemaal zo op een rijtje hebt, wat mis je dan eigenlijk als je het land verlaat? Live contact. Dat klopt, maar een borrel via FaceTime komt een heel eind in de richting hoor. En bijkomend voordeel is dat niemand meer naar huis hoeft te rijden. 

Nee, emigreren is allemaal niet zo spannend meer. Tenzij je naar de rimboe in de achterlanden van de Amazone vertrekt, of naar een afgelegen berg in Alaska, zoals Floortje ze soms voor de camera heeft, maar Frankrijk, kom op zeg, dat kan toch iedereen. 

Ik ga emigreren en ik neem mee….

Ik ga emigreren en ik neem mee….

Het is een vraag die op een theezakje van Pickwick waarschijnlijk ook vermeld staat: je gaat naar een onbewoond eiland: wat neem je mee? Nu gaan wij gelukkig niet naar een eiland en tegenwoordig is in heel Europa ongeveer hetzelfde te koop. Maar “ongeveer” is soms niet voldoende. Wij hebben als laatste lijstje voordat we weg gaan wat items staan die we toch maar mee gaan nemen. 

Hoe vaak zouden we inmiddels al op en neer gereden zijn naar ons huis in Frankrijk? Ik denk wel tien keer. Altijd met een volle auto, vaak met een aanhanger, soms zelfs met een busje. We hebben daar twee buren: een Frans gezin en een Nederlands stel van wie wij het huis kochten. Zijzelf trokken in het huis dat ze al die jaren als gite verhuurd hadden. Super leuk en handig natuurlijk dat je af en toe lekker in je eigen taal kunt kletsen, dat ze het huis waar we gaan wonen tot op de millimeter kennen (want zelf volledig gerestaureerd) en dat ze de emigratie ervaring al een jaar of zestien geleden gehad hebben. Elke keer als we weer die kant op gingen rijden vroegen we of ze nog iets nodig hadden uit Nederland. De ene keer was het Van Nelle shag, de andere keer satésaus, maar in elk geval vroegen ze altijd om  Bambix. 

Bambix is heus wel ook in Frankrijk te koop, maar nét niet de variant waar zij elke ochtend de dag mee willen beginnen: die met acht granen. Voor baby’s van twaalf maanden en ouder. (Ze zijn inmiddels in de zestig.) Hij zou zelf de bestelling wel doorgeven bij een supermarkt in onze buurt en dan hoefden wij het alleen maar op te halen en in de aanhanger te laden. Groot was de schrik toen ik bij mijn Bambix dealer aankwam in mijn kleine stadsautootje en daar een gigantische stelling kar met dozen naar buiten werd gereden. Dit kon toch niet allemaal voor onze buren zijn? Maar jawel. Veertig dozen met elk vijf pakken Bambix. Merde!, dacht ik vooral, zoveel plek hebben we niet in de aanhanger en al helemaal niet nu in mijn autootje. Het bleek gelukkig een vergissing te zijn. Hij had veertig pakken willen hebben, niet veertig dozen. Maar het zette me wel aan het denken. Als je zo verknocht bent aan een bepaald product, hoe moet dat dan als het niet meer in je omgeving te koop is? Hebben wij zelf ook van die sterke voorkeuren? En gaan wij daar aan toegeven? 

Ja, we gaan er aan toegeven. De laatste verhuizing is niet meer zo omvangrijk dat de auto tot de nok toe vol geladen wordt. Er kan nog wel wat bij. Maar we slaan misschien een beetje door. Het gaat vooral om bepaalde merken, en voornamelijk om etenswaren. Hollandse kaas bijvoorbeeld. Is wel te koop maar alleen in plakjes, uit Gouda. Vorige zomer hebben we twee maanden overleefd met vacuüm verpakte stukken belegen boerenkaas. We serveerden ze ook aan het ontbijt. Het ging bijna aan elke tafel schoon op! Zelfs de Fransen, die bij het ontbijt zelden kaas eten, konden het niet weerstaan. Probleempje was wel dat de kaas toch uitdroogde en we aan het einde van het seizoen geen plakken meer konden snijden maar een soort brokkelkaas moesten serveren. De eerste kilo’s nemen we dus mee, voor de overige maanden en jaren heb ik twee Nederlandse dames gevonden die vanuit de Bourgogne Hollandse kaas versturen! Yes! Dat probleem is getackeld. Zie fromagehollandais.eu

Wat we nooit hebben gevonden in de enorme LeClerc en de gigantische Carrefour is een doodnormale pot wildfond. Een visfond en runderfond evenmin. Bouillonblokjes die een soort van fond zijn dan weer wel, maar we willen potten. Als basis voor allerlei sauzen onmisbaar toch? Vuilniszakken van zestig liter. Een onmogelijke zoektocht. Wel van vijftig en van honderd liter. Raar dat dat niet gestandaardiseerd is. Houten tandenstokers! Ga er maar aan staan, zo’n klein doosje in zo’n grote supermarkt. Maar als ze er zelfs in de apotheek nooit van gehoord hebben? Calvé pindakaas is toch echt de lekkerste, net als de mayonaise (mijn excuus is dat dat voor de Nederlandse gasten mee moet, maar het is natuurlijk vooral voor mezelf). De Wijko satésaus, die bestaat er volgens mij niet. Alles wat met de Indonesische keuken te maken heeft moet je hier met een loep zoeken, kruiden en ketjap bijvoorbeeld. De Natrena zoetjes zijn de enige die ik nog enigszins te pruimen vind. De Ruijter hagelslag, ach, zouden we ooit zonder onze hofleverancier kunnen?? De gestampte muisjes kunnen er ook nog wel bij. Vanillestokjes zijn behoorlijk prijzig in Frankrijk en als je elke week crême brulleé maakt… en drop, gaan we snakken naar drop als het nergens te koop is? 

Wij horen graag of er nog items ontbreken op deze lijst. Nu kan het nog! Alleen lang houdbare producten uiteraard. Non-food mag ook. Items die nu op de lijst zijn maar die we kunnen schrappen, dat horen we ook graag. Je bijdrage wordt zeer gewaardeerd. 

Emigreren en Ontspullen

Emigreren en Ontspullen

We hebben het nooit zo genoemd, “emigreren”, want we waren in eerste instantie niet van plan om het hele jaar door in Frankrijk te blijven. We dachten dat we nog een appartementje in Nederland aan zouden houden, maar we zijn in de loop van de tijd van gedachten veranderd. Want wat gaan we dan doen in dat appartement in Nederland? De winter doorbrengen? Zonder werk? Weer met de huisdieren op een bovenwoninkje? Familie en vrienden zien ons aankomen: Ha! Daar heb je Theo en Liesbet weer, die vervelen zich te pletter in Frankrijk en willen weer een paar maanden entertained worden. Maar ieders leven gaat hier gewoon door natuurlijk, dus een etentje hier en een middagje daar, en je hebt na een paar weken iedereen wel weer gezien. Een appartement leeg laten staan is geen optie, maar verhuren eigenlijk ook niet want spontaan langs komen zit er dan niet in. Maar bovenal hebben we geen zin meer in al dat bezit. 

Dus na de overdracht van ons grote huis, de verkoop van Theo’s makelaardij en mijn auto, en het helpen verhuizen van onze drie jongens, zijn we nu vooral bezig met afhandelen. Je kunt namelijk heel veel opzeggen als je vertrekt: de huur, gas en elektra,  abonnementen, verzekeringen, de krant, tv en internet, een huurfiets, het parkeerabonnement, de wegenbelasting, bankrekeningen, en ga zo maar door. Daarvan is natuurlijk ook alweer een heleboel teruggekomen in Frankrijk, maar toch schoont het aardig op. In plaats van vijf rekeningen in Nederland hebben we nu maar één rekening in Frankrijk. 

Nu is het nog zaak om een selectie te maken in de spullen. De hele zolder staat daar al vol met zaken die we er niet kwijt kunnen. We hebben er een B&B mét inboedel overgenomen, dus we hebben nu veel dubbel. Hier in Utrecht hebben we gelukkig nauwelijks meer iets van waarde. Ons bed, een paar favoriete pannen en onze kleding. Een bed hebben we natuurlijk in Frankrijk ook al, maar deze vinden we fijner, dus eentje wordt een “reservebed”, net zoals we ook een reservevriezer en een reservewasmachine en een reserveservies hebben… het is belachelijk. Belangrijker is dus dat we in Frankrijk binnenkort gaan “ontspullen”. Schilderijen, vazen, stoelen, spiegels, frutsels, ik denk dat we een “vide grenier” (letterlijk: lege zolder) gaan houden op de binnenplaats. Het Franse equivalent van de vrijmarkt op Koningsdag. Maak ons los van al die troep! Je kunt je afvragen waarom we het allemaal mee verhuisd hebben. Ik denk dat het afscheid van het huis al genoeg was op dat moment, alles wat er in stond weg doen was nog een stap te ver. En dan te bedenken dat we een kwart van de inboedel toch naar de kringloop gebracht hebben. Een ander kwart is verdeeld over de nieuwe onderkomens van onze jongens. Hoe groter het huis, hoe meer spullen men verzamelt, dat blijkt maar weer. 

Klein puntje van aandacht is dat we daar weliswaar kleiner gaan wonen maar met een veel grotere tuin én een zwembad. Dat vereist goeie snoeischaren, een maaimachine op benzine, een kettingzaag, tuinstoelen, ligbedden, parasols…. En is alles wel compleet voor de gasten? Er gaat niets boven het serveren van desserts in het allermooiste dessertschaaltje en we hadden ook nog niet veertien eierdopjes…. Waar we dus aan de ene kant alles wegdoen, zijn we aan de andere kant weer allerhande “broodnodige items” het erf op aan het slepen.

Toch: Minimalisme begint me steeds meer aan te spreken, al zijn we nog heel ver van dat ideaal verwijderd. Ik heb net in het boek “Weg Ermee” van Dennis Storm de volgende verhelderende spreuk gelezen: Het is niet zonde om iets weg te doen; het is zonde dat je het ooit gekocht hebt. En zo is het precies. Toen ik laatst de bestelhistorie bekeek van alle webwinkels waar ik weleens besteld heb schrok ik me wezenloos. Zoveel aankopen die best tegenvielen, maar die ik niet terugstuurde, want ‘gedoe’. Om nog maar te zwijgen over mijn Marktplaats aankopen. Dus nu ben ik al maanden op rantsoen. Het kopen is leuker dan het hebben, dus ik ben naarstig op zoek naar een alternatieve hobby voor online aankopen. Tegenwoordig gooi ik het wel in mijn mandje maar reken ik niet af. Ziek toch? 

Over een kleine maand rijden we weg. Ons nieuwe leven tegemoet. Gaan we iets missen? Tuurlijk! De jongens, vrienden en familie. Al komt godzijdank een hele stoet de komende maanden langs in Frankrijk. Maar verder? Ik denk het niet. En zo wel, dan laat ik het weten.

A bientôt!